U bent hier: Home / Toolbox / Doen / Juridische informatie en procederen / Wet- en regelgeving / Internationale verdragen

Internationale verdragen

Nederland is partij bij diverse internationale verdragen op het gebied van milieu- en natuurbescherming. Ook mensenrechtenverdragen waar ons land partij bij is zijn belangrijk voor bescherming tegen aantasting van de leefomgeving. Hieronder vind je een korte uitleg over de belangrijkste verdragen.

Verdrag van Bern

Het Verdrag van Bern regelt de bescherming van Europese in het wild levende dieren en planten en hun natuurlijk leefomgeving. Het Verdrag is in 1979 opgesteld en is in 1982 in werking getreden. Het Verdrag van Bern heeft een aantal belangrijke bijlagen waarin de te beschermen soorten zijn opgenomen.

Het Verdrag van Bern is sterk gerelateerd aan de Raad van Europa. Deze heeft het opstellen van het Verdrag ter hand genomen. Het Verdrag kan landen verplichten samen te werken bij de bescherming van wilde dier- en plantensoorten. De verdragspartijen moeten de nodige maatregelen nemen voor het behoud van de natuurlijke leefomgeving van de in het wild levende planten- en diersoorten.

Nederlandse rechters gaan ervan uit dat dit verdrag via Habitat- en Vogelrichtlijn, c.q. Natuurbeschermingswet 1998 in Nederlands recht is omgezet. Daarom kan op het Verdrag in beroepsprocedures in het algemeen niet met succes een beroep worden gedaan.

Lees meer: - tekst van het Verdrag van Bern op de site van de wetten.nl.

Verdrag van Bonn

Het Verdrag van Bonn is een internationale overeenkomst die trekkende wilde diersoorten beschermt. In Nederland gaat het om de zeehond, de ooievaar, de lepelaar en andere vogelsoorten. De overeenkomst is in 1979 afgesloten tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties in 1972.

Het Verdrag van Bonn bestaat uit 20 artikelen. Hierin staan afspraken over de wijze waarop trekkende diersoorten worden beschermd. Het Verdrag maakt onderscheid tussen direct bedreigde diersoorten en soorten die in de toekomst in hun voortbestaan worden bedreigd.

Lees meer:

  • de tekst van het Verdrag van Bonn op de site van wetten.nl.

Het Wetlandsverdrag

Het Wetlands verdrag (Wetlands Conventie of RAMSAR-verdrag) bestaat sinds 1971. Nederland is sinds 1980 partij bij dit verdrag. Het verplicht alle deelnemende landen om het behoud van watervogels en -gebieden te bevorderen.

Dit kan door het stichten van natuurreservaten in watergebieden en het bewaken ervan. Deze gebieden zijn: moerassen, vennen, veen- en watergebieden en gebieden met zeewater waarvan de diepte bij eb niet meer dan 6 meter bedraagt.

In Nederland gaat het om wateren met internationale betekenis voor vogels, zoals: het Waddengebied, de Boschplaat, de Oostvaardersplassen, de Biesbosch, de Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren (o.a. Oosterschelde) en de weidevogelgebieden. In deze laatste broedt 80 procent van alle grutto's die in West- en Midden-Europa voorkomen.

Tot nu toe heeft Nederland bijna 20 wetlands aangemeld voor de lijst. Voor aanmelding is het 1 procent-criterium belangrijk. Dit betekent dat in een gebied regelmatig minimaal 1 procent van de individuen van een populatie van een watervogelsoort of -ondersoort verblijft.

De Wetlands Conventie bestaat uit een aantal artikelen waarin het beheer, verstandig gebruik en de aanwijzing van watergebieden is geregeld. De overeenkomst is tot stand gekomen op initiatief van een aantal internationale natuurorganisaties. De wetlands-conferentie (ook genoemd Mar-conferentie) van 1962 gaf hiervoor het startschot.

De minister van Economische Zaken wijst op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 de natuurgebieden aan die op basis van internationale afspraken (waaronder de Wetlands Conventie) beschermd dienen te worden.

Lees meer:

  • Meer over het Wetlandsverdrag op de site van Ramsar.
  • de bescherming van gebieden van internationale betekenis.

Verdrag van Aarhus

Het verdrag van Aarhus regelt het recht op toegang tot (milieu)informatie voor burgers. Daarnaast stelt het verdrag eisen aan de inspraak bij besluitvorming en de toegang tot de rechter bij milieu aangelegenheden. De regels van het verdrag zijn in de Nederlandse wetgeving verwerkt. Bijvoorbeeld in de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In uitzonderlijke gevallen wordt bij de rechter nog wel eens rechtstreeks een beroep gedaan op het verdrag. 

Mensenrechtenverdragen 

Mensenrechtenverdragen zijn in het leven geroepen om ons te beschermen tegen de macht van de overheid en ons te laten leven in waardigheid.

Mensenrechtenverdragen leggen de overheden negatieve en positieve verplichtingen op. Negatieve verplichtingen houden in dat de overheid bepaalde dingen niet mag doen omdat ze anders mensenrechten schendt. Een voorbeeld hiervan is dat de overheid niet zomaar geweld tegen ons burgers mag gebruiken, maar ook moet de overheid ervoor zorgen dat onze leefomgeving niet onleefbaar wordt, bijvoorbeeld door onzorgvuldige mijnbouw.

De verdragen leggen de overheid ook positieve verplichtingen op. Dit betekent dat de overheid ervoor moet zorgen dat de bepaalde maatregelen juist wel getroffen worden. Zo moet de overheid bijvoorbeeld zorgen voor vrijheid van meningsuiting door journalisten te beschermen wanneer zij dit nodig hebben. Ook moet de overheid onze gezondheid en veiligheid bewaken door onze leefomgeving te beschermen.

Waar kan ik mensenrechten vinden?

Er zijn ongeveer 90 verschillende soorten mensenrechten. Mensenrechten staan onder andere in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Europese Verdrag voor Rechten van de Mens en in veel verschillende verdragen van internationale organisaties, zoals het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR).

In Nederland staan mensenrechten ook in de Nederlandse Grondwet, zoals artikel 21: "De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu."

Focus op Europese Verdrag van de rechten van de mens (EVRM)

De focus van dit hoofdstuk ligt op het EVRM.

Wanneer het EVRM strijdig is met een Nederlandse regel, dan weegt de Europese verdragsregel zwaarder. Nederlandse wetten moeten worden uitgelegd volgens het doel van het EVRM, of er aan worden aangepast. 

Welke mensenrechten uit EVRM leggen de link tussen mensenrechten en klimaat en milieu

Hier worden de rechten van het EVRM en haar protocollen kort besproken, voor meer informatie en voorbeelden kijk hier .

– Recht op leven en milieu (art. 2 EVRM)

Het recht op leven houdt in dat de rijksoverheid mensen niet zomaar van het leven mag beroven, dit wordt de negatieve verplichting genoemd. De positieve verplichting van de overheid houdt in dat zij passende maatregelen moet nemen om het leven van personen in hun land te beschermen. Denk daarbij aan bedrijven die risicovolle activiteiten willen ondernemen in of nabij een woonwijk. De overheid moet dan kijken naar de schadelijkheid van gevaarlijke activiteiten en de mate waarin de gevaren voor het leven voorzienbaar zijn. De overheid is in zo’n geval verplicht om preventieve maatregelen te nemen zoals het opstellen van regelgeving, vergunningen, informeren van het publiek en het creëren van passende procedures. In Nederland is dit onder meer geregeld in de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Algemene wet bestuursrecht.

– Recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven en van de woning en het milieu (art. 8 EVRM)

Milieufactoren (zoals ernstige milieuvervuiling) kunnen het privé-, familie- en gezinsleven of de woning en milieu rechtstreeks en in ernstige mate aantasten. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval zoals de intensiteit en de duur van de overlast, de fysieke of mentale gevolgen ervan en het algemeen milieukader. Er kunnen omstandigheden zijn waarin overlast onvermijdelijk is, omdat andere belangen zwaarder wegen. In de nationale wetten is aangegeven onder welke omstandigheden dat het geval kan zijn, zoals wanneer het land beschermd moet worden tegen vijandige invallen.

Ook heeft het Europese Hof erkend dat het behoud van natuur en bescherming van het milieu (met name bij ruimtelijke ordening) een legitiem doel is op grond waarvan enige beperking van het recht van individuen op eerbiediging van het privé-, en familie- en gezinsleven en woning en milieu door de overheid wordt gerechtvaardigd.

Op basis van dit mensenrecht bestaat er voor de overheid overigens de plicht om burgers te informeren over milieurisico’s. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de vuurwerkramp in Enschede, waaruit de les is getrokken dat mensen moeten kunnen nagaan welke risicovolle bedrijven in hun omgeving zijn gevestigd. Zo kunnen ze zich op eventuele risico’s voorbereiden. Zie bijvoorbeeld de risicokaart van de provincie Noord-Holland.

- Recht op menselijke behandeling (art. 3 EVRM) 

Dit artikel bevat een absoluut verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling. In extreme gevallen zou dit artikel van toepassing kunnen zijn op situaties waarin de leefomgeving, gezondheid of veiligheid van mensen wordt aangetast. 

– Bescherming van eigendom en het milieu (art. 1 Eerste protocol EVRM)

Iedereen heeft recht op ongestoord genot van zijn eigendom. De nationale overheid mag door middel van wetgeving beperkingen vaststellen aan het genot van eigendom als dit belangrijk is voor het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren. Aan de andere kant heeft de overheid de verplichting om bepaalde milieunormen te waarborgen en te handhaven.

– Recht op het ontvangen en verstrekken van informatie en denkbeelden over milieu-aangelegenheden (art. 10 Verdrag EVRM)

De overheid moet ervoor zorgen dat eenieder toegang heeft tot relevante informatie (dit houdt niet in dat de overheid dit ook actief moet verstrekken). Beperkingen moeten in de wet zijn vastgelegd en proportioneel ten opzichte van het doel zijn. Dit mensenrecht is verder uitgewerkt in het Verdrag van Aarhuus, en dat is weer verwerkt in de Nederlandse regelgeving, met name in de Wet milieubeheer en de Wet openbaarheid van bestuur. Ook het actief verstrekken van informatie is daarin geregeld.

– Besluitvormingsprocessen over milieuaangelegenheden en inspraak daarbij (art. 2 en 8 EVRM)

Bij besluitvormingsprocessen die betrekking hebben op het leefmilieu moet de overheid rekening houden met de belangen van degenen die daardoor mogelijk worden geraakt. Belanghebbenden moeten hun mening kenbaar kunnen maken. Ook moet de overheid gedegen onderzoek verrichten waarbij de gevolgen voor het leefmilieu in kaart worden gebracht om zo zorgvuldig mogelijk afwegingen te maken. Deze rechten volgen uit de artikelen 2 en 8 van het EVRM (zie hierboven). In Nederland is dit uitgewerkt in de Algemene wet bestuursrecht, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer.

Mensenrechtenzaken Europese Hof voor de Rechten van de Mens

Individuen, groepen, organisaties en landen kunnen een klacht indienen tegen een publieke instantie (zoals een overheid) door in een verzoekschrift een beroep te doen op het EVRM. Wanneer het Hof dan beslist dat de individuen, groepen, organisaties of landen in hun gelijk staan is deze beslissing bindend. Hoger beroep is niet mogelijk.

Om een klacht in te dienen moet:

– de indiener persoonlijk en direct slachtoffer zijn van een schending van een fundamenteel recht dat is vastgelegd in het EVRM of in één van de protocollen erbij.

– deze klacht gericht zijn tegen een publieke instantie (wetgever, administratieve overheid of rechterlijke instantie). Tegen personen of particuliere organisaties kan geen klacht worden ingediend.

– deze klacht eerst zijn beoordeeld door de nationale rechter. Voordat iemand naar het Hof kan, moet hij/zij dus eerst naar de Hoge Raad of de Raad van State. Uiterlijk zes maanden hierna moet het verzoekschrift worden ingediend bij het Hof.

Mensenrechten bij de Nederlandse rechter

In sommige gevallen kan bij de Nederlandse rechter een beroep worden gedaan op het EVRM. Bijvoorbeeld: een milieuorganisatie kan stellen dat sprake is van een onrechtmatige overheidsdaad (art. 6:162 BW), waarbij artikel 2 van het EVRM is geschonden. Kijk hier voor meer informatie.

Voorbeeld bijzondere mensenrechtenzaak in Nederland: Urgenda

De rol van mensenrechten wordt steeds belangrijker; ze krijgen steeds meer status. Dit is ook terug te zien in gevoerde rechtszaken. De Urgenda-zaak is de eerste klimaatzaak waar de rechter een beroep heeft gehonoreerd op mensenrechten, in dit geval ter bescherming van burgers tegen gevaarlijke klimaatverandering. Bovendien is het de eerste zaak in Europa waar burgers de overheid aanspreken op de gevaarlijke gevolgen van klimaatverandering.

Urgenda won de klimaatzaak die zij samen met 900 mede-eisers aanspande tegen de Nederlandse Staat bij de Nederlandse Rechtbank (24/06/2015). Urgenda eiste van de Rechtbank dat de Nederlandse Staat een strenger klimaatbeleid moest voeren. De Rechtbank gaf Urgenda gelijk en hiermee moest de overheid meer en effectievere klimaatacties ondernemen om het aanzienlijke Nederlandse aandeel in de mondiale uitstoot te verminderen. Het is wereldwijd de eerste keer dat de rechter een Staat verplicht om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering. Helaas is de Nederlandse Staat in hoger beroep gegaan, volg de zaak hier. Bron: www.urgenda.nl

Voorbeeld rechtszaak luchtkwaliteit door Milieudefensie

In navolging van Urgenda heeft Milieudefensie een rechtszaak tegen de staat aangespannen, om het mensenrecht op een schone, gezonde leefomgeving, in dit geval schone lucht, aan de orde te stellen.

In de zaak wordt geëist dat de overheid zorgt voor schone lucht en haar afspraken over het terugdringen van luchtvervuiling nakomt. Hoewel de luchtverontreiniging door bijvoorbeeld roet is afgenomen, wordt op een aantal plekken in het land de norm die is gesteld voor EU-lidstaten nog niet gehaald. Met name in de grote steden is dit het geval. Milieudefensie doet in deze zaak een beroep op artikel 8 van het Europese verdrag van de rechten van de mens, waarin het recht op een gezonde leefomgeving is vastgelegd.

 

 

Opmerkingen

Wil je reageren? Meld je aan!