U bent hier: Home / Toolbox / Doen / Juridische informatie en procederen / Wet- en regelgeving / Provincie en gemeente / Gemeentelijke kapverordening

Gemeentelijke kapverordening

In de gemeentelijke bomen- of kapverordening is geregeld wat onder bomenkap wordt verstaan. Meestal is een bomen- of kapverordening onderdeel van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In de kapverordening staan niet alleen regels over het kappen van bomen, maar ook over verplanten, omhakken en alle handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen kunnen veroorzaken.

In de gemeentelijke bomen- of kapverordening is geregeld wat onder bomenkap wordt verstaan. Meestal is een bomen- of kapverordening onderdeel van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

In de kapverordening staan niet alleen regels over het kappen van bomen, maar ook over verplanten, omhakken en alle handelingen die de dood of ernstige beschadiging veroorzaken. Van kappen kan ook sprake zijn als een boom zeer drastisch wordt gesnoeid, bijvoorbeeld als de kruin wordt verwijderd.

De gemeenteraad kan in de APV een regeling opnemen op grond waarvan het verboden is houtopstanden te kappen. Deze houtopstand zal meestal een boom zijn, maar kan ook een houtwal betreffen. Een houtwal is een lint van struiken en bosschages. Heggen of hagen vallen niet onder de definitie houtwal. Solitaire struiken en heesters zijn geen bomen omdat ze geen stam vormen, ze vertakken zich direct boven de grond.

De APV heeft tot doel waardevolle houtopstanden te beschermen. Niet in alle gemeenten is de regeling voor het kappen van houtopstanden gelijk. De bepalingen zijn toegespitst op de plaatselijke situatie. In sommige gemeenten zijn alleen de bomen beschermd die op de bomenlijst zijn opgenomen. Andere bomen kunnen zonder vergunning worden gekapt, of er is alleen een melding nodig.

In sommige gevallen zal voor het kappen van een houtopstand of boom een vergunning nodig zijn op grond van de APV. Deze maakt dan onderdeel uit van een omgevingsvergunning.

In de model boomverordening-APV (de voorbeeldverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten) staan de volgende uitzonderingen voor bomen waarvoor geen vergunning nodig is:

  1. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden, beide voor zover niet bestaand uit niet geknotte populieren of wilgen;
  2. vruchtbomen en windschermen rond boomgaarden;
  3. fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar en bestemd tot en gekweekt als kerstboom op een hiertoe bestemd terrein;
  4. kweekgoed;
  5. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
  6. houtopstand die wordt geveld op grond van de Plantenziektewet of op grond van aanschrijving van Burgemeester en Wethouders.

De uitzonderingen onder punt 1 tot en met 4 vloeien voort uit de Boswet. In deze gevallen is geen omgevingsvergunning vereist maar moet het kappen worden gemeld bij het Ministerie van Economische Zaken.

Voor het kappen van alle andere houtopstanden is een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders vereist op grond van de APV. In bijzondere gevallen, bij houtopstanden buiten de bebouwde kom, kan zowel een omgevingsvergunning als een melding vereist zijn.

Opmerkingen

Wil je reageren? Meld je aan!