U bent hier: Home / Toolbox / Doen / Juridische informatie en procederen / Wet- en regelgeving / Nationaal / Wet natuurbescherming

Wet natuurbescherming

Op 01-01-2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet voegt de bestaande wetten (de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet) op het gebied van natuurbescherming samen en vereenvoudigt deze. De nieuwe wet beschermt nu gebieden én soorten.

Op 01-01-2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet voegt de bestaande wetten (de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet) op het gebied van natuurbescherming samen en vereenvoudigt deze. De nieuwe wet beschermt nu gebieden én soorten.

De Wet natuurbescherming zal samen met een aantal andere wetten in 2019 worden opgenomen in de Omgevingswet. Het kabinet wilde niet zo lang wachten met het aanpassen van de natuurbeschermingswetgeving dus tot die tijd geldt de Wet natuurbescherming.

 

Inleiding
Nationale natuurvisie
Provinciale natuurvisie
Procedure
Soortenbescherming
Concrete test soortenbescherming
Zorgplicht voor dieren en planten
Procedure soortenbescherming
Bezwaar
Gebiedsbescherming
Natura 2000-gebieden
Zorgplicht voor de Natura 2000-gebieden

Procedure gebiedsbescherming
Bezwaar
Relatie Wet natuurbeschermingsrecht (Wn) en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Procedure
Jacht
Bezwaar
Houtopstanden, hout en houtproducten
Bezwaar

 

Inleiding

In vergelijking met de Natuurbeschermingswet 1998 worden in de Wet natuurbescherming meer bevoegdheden toegekend aan de provincie. Zo kan de provincie bepalen welke regels gelden in de natuur in hun provincie en dit vastleggen in eigen provinciale (omgevings)verordeningen en beleidsregels. De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen komt in principe bij provincies te liggen. In de nieuwe wet is bepaald dat er nu maar één document nodig is voor vergunningen en ontheffingen, wat een stuk eenvoudiger is dan in de hiervoor geldende wetten. Hieronder worden kort de verschillen opgesomd.

  • Verschillen met de Natuurbeschermingswet 1998 bij gebiedsbescherming:
    – Er bestaan geen
    beschermde natuurmonumenten meer, zoals de Waddenzee dat was
    – Gedeputeerde
    Staten (dagelijks bestuur provincie) van de uitvoerende provincie zijn het bevoegde gezag. De minister alleen in uitzonderingssituaties.
    Bevoegdheid tot aanwijzing van bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen ligt bij Gedeputeerde Staten. Dit zijn gebieden die niet vallen binnen het Natuurnetwerk Nederland maar van provinciaal belang zijn vanwege de natuurwaarde of landschappelijke waarde.
    In gebiedsbeschermingsprocedures was eerst alleen beroep in eerste en enige aanleg mogelijk bij de Raad van State. Nu kan zowel beroep bij de rechtbank als hoger beroep bij de ABRvS (Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State) worden ingesteld.

  • Verschillen met Natuurbeschermingswet 1998 bij soortenbescherming:
    Soorten worden opgedeeld in drie categorieën waarvan de eerste twee direct te herleiden zijn uit Europese richtlijnen. In de wet wordt verwezen naar de volgende soorten:
    beschermd onder de Vogelrichtlijn;
    beschermd onder de Habitatrichtlijn;
    – Anderen soorten (zie
    rode lijsten).
    – Het bevoegde gezag is Gedeputeerde Staten. De
    minister alleen in uitzonderingssituaties.
    In soortenbeschermingsprocedures was eerst alleen beroep in eerste en enige aanleg mogelijk bij de Raad van State. Nu kan zowel beroep bij de rechtbank als hoger beroep bij de ABRvS (Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State) worden ingesteld.

Nationale natuurvisie

In de nationale natuurvisie van het rijk staan de hoofdlijnen van het rijksbeleid. Het is breed geformuleerd en onder andere soortenbescherming komt aan bod (zie artikel 1.5 Wnb). Bovendien bevat de visie rode lijsten waarin inzicht wordt gegeven in de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantensoorten die van nature in Nederland voorkomen. Er gaat geen juridisch bindende werking vanuit maar provincies moeten er wel rekening mee houden.

Provinciale natuurvisie

Naast het rijk moeten ook provinciale staten een natuurvisie vaststellen. In een provinciale natuurvisie staan de hoofdlijnen van het te voeren provinciaal beleid. Het moet beleid bevatten dat is gericht op het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn beschermde dieren en planten en rode lijstensoorten. Bovendien moet het beleid bevatten over het natuurnetwerk Nederland (voorheen: ecologische hoofdstructuur) en kan beleid over bijzondere provinciale gebieden en landschappen worden opgenomen. Er gaat geen juridische bindende werking vanuit. De juridische doorvertaling in een wel bindende natuurverordening gebeurt apart van de natuurvisie.

Procedure

Op de voorbereiding, vaststelling en wijzigingen van de nationale en provinciale natuurvisie is afdeling 3.4 Awb (Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. Dit houdt in dat:

  • het ontwerp-besluit openbaar moet worden gemaakt;
  • een ieder een zienswijze naar voren kan brengen;
  • tegen de vaststelling van de natuurvisie bij de bestuursrechter geen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.

De visies zijn een waarborging van een samenhangend beleid. Zo moet er bijvoorbeeld ook aandacht worden besteed aan economisch beleid.
De natuurvisies zijn alleen bindend voor respectievelijk de minister of Gedeputeerde Staten. Hun beleid moet daarom overeenkomstig de natuurvisies zijn: zij kunnen hier alleen gemotiveerd van afwijken.

Soortenbescherming

Verschillende wetten zijn in de Wet natuurbescherming samengevoegd onder andere om het beschermen van soorten eenvoudiger te maken.

Welke soorten worden er beschermd (hoofdstuk 3 Wnb)?

Alle beschermingsregimes kennen eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van verboden. De verbodsbepaling is ‘nee het mag niet’ terwijl de vrijstelling of ontheffing betekent 'het mag niet tenzij ..' ook wel het ‘’nee-tenzij-principe’’genoemd. De genoemde schadelijke handelingen zijn verboden tenzij het bevoegde gezag een afwijking van het verbod toestaat door middel van ontheffing of vrijstelling.

Hoe kunnen deze soorten worden beschermd?

  • Bestuursrechtelijk: door het niet verlenen van een vergunning of ontheffing door het bevoegde gezag of door als belanghebbenden in beroep te gaan tegen de verlening. Later meer over de procedure voor vergunning-/ontheffingsverlening.
  • Strafrechtelijk: overtreding van een verbodsbepaling kan worden bestraft door de politie/het Openbaar ministerie. Hiervoor moet bewezen opzettelijk gehandeld zijn. Hieronder valt ook voorwaardelijke opzet. Dit houdt in dat bewust de aanmerkelijke kans is aanvaard dat gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor beschermde soorten. Hoe een strafrechtelijke procedure in zijn werk gaan kan je hier lezen.

Concrete test soortenbescherming bij activiteit

  • Komen er beschermde soorten voor in het gebied?
    – nee: geen ontheffing nodig 
  • Worden door de handelingen de verbodsbepalingen overtreden?
    – nee: geen ontheffing nodig
  • Vallen de handelingen onder een vrijstelling?
    – ja: geen ontheffing nodig
  • Is er een alternatieve oplossing mogelijk?
    – ja: doorloop bovenstaande opnieuw met het alternatief
  • Is er sprake van een wettelijk belang?
    –nee: geen ontheffing mogelijk
  • Is er een effect op de staat van instandhouding?
    –ja: geen ontheffing mogelijk

Zorgplicht voor dieren en planten

De zorgplicht die in de wet is opgenomen geldt vooral als vangnet. Het maakt niet uit of de plant- of diersoort in de wet beschermd is, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Als je een activiteit wilt ondernemen waardoor je beschermde soorten kunt schaden of verstoren, is het dus wel noodzakelijk om je vooraf te laten informeren over de aanwezige natuurwaarden. Overtreding hiervan is niet strafbaar gesteld maar het kan wel door middel van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bestuursdwang kan een last onder bestuursdwang inhouden, hier wordt een herstelsanctie op kosten van de overtreder mee bedoeld.


Procedure soortenbescherming

Gedeputeerde staten kunnen ontheffingen verlenen van de verboden en Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstellingen verlenen van de verboden. De Minister kan dit alleen onder bijzondere omstandigheden (artikel 3.3 Wnb).

Een ontheffing of een vrijstelling wordt alleen verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en het nodig is in verband met: bescherming van flora- en fauna of instandhouding van de habitats, ter voorkoming van schade, in belang van de volksgezondheid/openbare veiligheid, voor onderzoek. Bovendien moet worden geprobeerd de populaties in een gunstige staat van instandhouding te laten voortleven.

De aanvrager van de vergunning moet het belang van de aanvraag motiveren. De ontvangst van de aanvraag wordt schriftelijk bevestigd. Binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag moeten Gedeputeerde Staten beslissen. Deze termijn kan 1 keer met 7 weken worden verlengd, hiervan moet mededeling worden gedaan aan de aanvrager. Let op: onder de oude wet was de verlengtermijn 13 weken.

Hier vind je een voorbeeld van het document dat moeten worden ingevuld bij het aanvragen van een ontheffing in de Gemeente Gelderland.

Bezwaar

Als je belanghebbende bent kan je tegen een vergunning of ontheffing bezwaar indienen en vervolgens beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aantekenen. Dit betekent nog niet dat de actie niet mag worden uitgevoerd. Als bijvoorbeeld door de gemeente/provincie een vergunning is verleend voor een bepaalde activiteit mag deze activiteit al plaatsvinden terwijl er een zienswijze/bezwaar/beroepprocedure loopt. Als je van mening bent dat het besluit tijdelijk geschorst moet worden of dat er een voorlopige maatregel nodig is, totdat de juridische procedure is afgerond, kan je ook een voorlopige voorziening aanvragen bij de rechter. Dat kan alleen als je kunt bewijzen dat je een spoedeisend belang hebt.

Gebiedsbescherming

Op het gebied van gebiedsbescherming is de verandering ten opzichte van de oude Natuurbeschermingswet niet erg groot. Voor de volledigheid zal het hieronder in het geheel behandeld worden.

Welke gebieden worden er beschermd?

  • Natura 2000-gebieden
  • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS)
  • bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen
  • bijzondere nationale natuurgebieden
  • nationale parken

Waar worden de gebieden beschermd?
Elk van de gebieden heeft eigen te beschermen belangen en daarom ook eigen beschermingsregimes, die elkaar soms overlappen. De bescherming van Natura 2000-gebieden is in de Wet natuurbescherming geregeld. De bescherming van andere gebieden is niet helemaal geregeld in de Wet natuurbescherming maar vooral in de Wet ruimtelijke ordening.

  • Natura 2000-gebieden

Zie apart kopje hieronder voor een uitgebreider verslag.
– Gedeputeerde Staten moeten ervoor zorgen dat Natura 2000-gebieden (speciale beschermingszones aangewezen door de minister) in stand blijven door middel van passende maatregelen in een beheerplan.

op de vaststelling van het beheerplan is 3.4 Awb van toepassing. Het bestuursorgaan is verplicht het ontwerp van dit besluit ter inzage te leggen voor een termijn van zes weken. Hiervan moet het bestuursorgaan melding maken in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis bladen of op een andere geschikte wijze. Een ieder is in dit geval belanghebbende en mag schriftelijk of mondeling (binnen zes weken) zijn zienswijze naar voren brengen.

Er is geen vergunning of ontheffing nodig voor alle maatregelen die in een beheersplan zijn opgenomen. Daarom is het wel belangrijk om er voor te zorgen dat er niet te veel of niet te weinig in staat.

  • Het Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland is een belangrijk beleidsinstrument ter uitvoering van (rijks)verplichtingen van de Vogel- en Habitatrichtlijn met het oog op soorten- en gebiedsbescherming.
Gedeputeerde Staten is verplicht binnen hun provincie gebieden aan te wijzen die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren.
De bescherming loopt via het bestemmingsplan

  • Bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om binnen hun provincie bijzondere natuurgebieden en landschappen aan te wijzen.
Zij kunnen via provinciale instrumenten (visie en verordening) bescherming bieden (geen landelijke eisen)

  • Bijzondere nationale natuurgebieden

Een gebied kan als nationaal beschermd natuurgebied worden aangewezen als het is opgenomen op een lijst voor de Europese Commissie voor toekomstige Natura 2000-gebieden of als hiervoor een procedure loopt.

Bovendien kan een beschermd gebied als dit worden gebruikt voor het nemen van compenserende maatregelen ter ontwikkeling van leefgebieden voor vogels, natuurlijke habitats of habitats van soorten of als de bescherming van het gebied nodig is gelet op instandhoudingsdoelstellingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn.
Ter voorkoming van verslechtering of significante verstoring van dit soort gebieden heeft het bevoegde gezag (wie dat is ligt aan de instandhoudingsdoelstellingen) aanvullende bevoegdheden in de vorm van aanschrijvingen, maatregelen tot beperking van toegang en andere maatregelen. Dit kunnen preventie of herstelmaatregelen zijn of de plicht tot het verstrekken van informatie, het niet uitvoeren van een handeling of de plicht om de handeling volgens voorschriften uit te voeren.
 

  • Nationale parken

Aanwijzing van een nationaal park (waarvan de status wordt beschreven als een Michelin-ster voor een mooi natuurgebied) is mogelijk door de minister van Economische zaken op verzoek van Gedeputeerde Staten als aan de voorwaarde zoals vastgelegd in artikel 8.3 Wnb is voldaan. De belangrijkste voorwaarde is dat het een gebied moet zijn dat aaneengesloten uit 1.000 hectare bestaat.
Er is geen beschermingsregime opgenomen in de Wnb. De bescherming gebeurt via andere samenvallende wet- en regelgeving voor het gebied, bijvoorbeeld via provinciale verordeningen of via Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen.

  • Toezicht en handhaving

Met toezicht op naleving van de Wnb zijn de aangewezen ambtenaren van het ministerie van EZ belast, naast ambtenaren van het ministerie van V&J (voor zover belast met het opsporen van economische delicten) en de Provincies. Om effectief op te kunnen treden zijn de minister van EZ en de Gedeputeerde Staten beide bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang.

Als er sprake is van een omgevingsvergunning voor handelingen in de natuur, is de handhaving geregeld via de Wabo.

Natura 2000-gebieden

Het is verboden zonder een vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten, die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitat of de habitat van soorten in dat gebied kunnen verslechteren. Ook als deze projecten/andere handelingen een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor dat gebied is aangewezen als beschermd gebied (de zogenaamde kwalificerende soorten) is dit verboden. Voor projecten en andere handelingen die worden uitgevoerd volgens het beheerplan is geen vergunning nodig.

Een vergunning voor een handeling die een significant negatief effect kan hebben mag in beginsel niet worden verleend, tenzij dat om dwingende redenen van groot openbaar belang noodzakelijk is. Dit wordt ook wel de 'nee tenzij formule' genoemd. Gedeputeerde Staten kunnen een vergunning verlenen indien het plan de natuurlijke kernmerken van het gebied niet zal aantasten (artikel 2.8 Wnb).

Wanneer een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt aangevraagd voor een activiteit in een beschermd gebied dan wordt deze door de gemeente getoetst aan de Wet natuurbescherming en aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvrager kan er ook voor kiezen om in plaats daarvan bij de provincie een aparte natuurvergunning aan te vragen.

Het begrip 'project' wordt ruim uitgelegd, bijna elke handeling valt hieronder. Er is sprake van een project bij de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken en bij andere ingrepen in het natuurlijk milieu of landschap, inclusief de ontginning van bodemschatten. Deze ruime definitie is afkomstig uit het Kokkelvisserijarrest (zaak C-127/02).

Zorgplicht voor Natura gebieden

In de wet staat een zorgplicht opgenomen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten en dieren en hun directe leefomgeving. Bestuursrechtelijk handhaving is mogelijk als er geen andere wet van toepassing is (zie zorgplicht voor dieren en planten).

Procedure gebiedsbescherming

Gedeputeerde staten kunnen een vergunning verlenen om een project te realiseren die de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden kan verslechteren als voldaan is aan artikel 2.8 Wnb (uitz. Lid 9). Voor ‘andere handeling’ moet voldaan zijn aan artikel 2.8 lid 9 Wnb. De vergunning moet gaan over een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk in combinatie met andere plannen/projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.

De aanvrager van de vergunning moet het belang van de aanvraag motiveren. De ontvangst van de aanvraag wordt schriftelijk bevestigd. Binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag moeten Gedeputeerde Staten beslissen. Deze termijn kan 1 keer met 7 weken worden verlengd, hiervan moet mededeling worden gedaan aan de aanvrager. Let op: onder de oude wet was de verlengtermijn 13 weken.

Hier vind je een voorbeeld van het document dat moeten worden ingevuld bij het aanvragen van een ontheffing in de Gemeente Gelderland.

Bezwaar

Als je belanghebbende bent kan je tegen een vergunning of ontheffing bezwaar indienen en vervolgens beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aantekenen. Dit betekent nog niet dat de actie niet mag worden uitgevoerd. Als bijvoorbeeld door de gemeente/provincie een vergunning is verleend voor een bepaalde activiteit mag deze activiteit al plaatsvinden terwijl er een zienswijze/bezwaar/beroepprocedure loopt. Als je van mening bent dat het besluit tijdelijk geschorst moet worden of dat er een voorlopige maatregel nodig is, totdat de juridische procedure is afgerond, kan je ook een voorlopige voorziening aanvragen bij de rechter. Dat kan alleen als je kunt bewijzen dat je een spoedeisend belang hebt.

Relatie Wet natuurbeschermingsrecht (Wnb) en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Iemand die een aanvraag om vergunning wil indienen voor een activiteit in een beschermd natuurgebied, die een nadelig effect kan hebben op het gebied of een beschermde soort, kan ervoor kiezen om één integrale aanvraag in te dienen bij de gemeente ('vrijwillige aanhaking'). Die aanvraag gaat dan over alle onderdelen van de activiteit (bouwen, kappen, aantasten natuurgebied, etc.). In dat geval loopt er één vergunningprocedure en wordt uiteindelijk één vergunning verleend: de omgevingsvergunning. Gedeputeerde Staten worden door de gemeente bij de beoordeling betrokken door dat de gemeente vraagt om een verklaring van geen bedenkingen.

Als er niet gekozen wordt voor vrijwillige aanhaking zijn er twee procedures waarbij twee aparte vergunningen worden verleend voor een activiteiten ten nadele van beschermde gebieden. Bij Gedeputeerde Staten moet dan gevraagd worden om een Natura 2000-vergunning of een flora en fauna ontheffing en vervolgens een omgevingsvergunning bij de gemeente (in plaats van integraal).

Procedure

Als de aanvrager ervoor heeft gekozen om een integrale aanvraag om omgevingsvergunning in te dienen dan zijn de termijnen van de Wabo van toepassing. En de voorbereidingsprocedure van 3:4 Awb. Iedereen kan dan zienswijzen indienen tegen de ontwerp-vergunning, en vervolgens kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Rechtbank.


Als de aanvrager kiest voor vrijwillige aanhaking van de toetsen in de omgevingsvergunning kan iedereen zijn zienswijzen indienen. Vervolgens is alleen beroep bij de hoogste bestuursrechter, de ABRvS, mogelijk. Indien er geen zienswijze worden ingediend kan er ook geen beroep bij ABRvS worden ingesteld. Een beroep heeft geen schorsende werking: er kan van de vergunning of ontheffing gebruik worden gemaakt.. Als je van mening bent dat het besluit tijdelijk geschorst moet worden of dat er een voorlopige maatregel nodig is, totdat de juridische procedure is afgerond, kan je ook een voorlopige voorziening aanvragen bij de rechter. Dat kan alleen als je kunt bewijzen dat je een spoedeisend belang hebt.

Jacht

In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen voor in het wild levende dieren (art. 1.11). Ook gelden er verboden om soorten te doden (hoofdstuk 3).

Voor aangewezen soorten die in het hele land schade veroorzaken (Canadese gans, houtduif, kauw, konijn, vos en de zwarte kraai) is er echter een landelijke vrijstelling onder voorwaarden voor grondgebruikers. Er is geen vergunning nodig, en er kan dus ook geen bezwaar tegen worden gemaakt.

Jacht is hierbij toegestaan op aangewezen velden bestemd voor de jacht met een aangewezen middelen (geweren en jachthonden). De jager die een geweer gebruikt dient een jachtakte in bezit te hebben. Jagen is dan enkel toegestaan in verschillende periodes van het jaar, deze zijn te vinden in art. 3.5 Regeling natuurbescherming) .

Daarnaast kan een vrijstelling of ontheffing verleend worden voor jacht wanneer er sprake is van schadebestrijding.

Bij schade veroorzaakt aan gewassen door een beschermd dier kan de minister van Economische Zaken of Gedeputeerde Staten van de provincie een vrijstelling of ontheffing verlenen. Het mag dan niet gaan om een landelijk aangewezen soort en de soort mag niet in zijn voortbestaan worden bedreigd.
– Populatiebeheer kan afschot noodzakelijk maken. Er moet dan ook sprake zijn van een publiek belang zoals de verkeersveiligheid of de volksgezondheid. De minister van Economische Zaken of Provinciale Staten kan in zo'n geval een vrijstelling of ontheffing verlenen.

Het faunabeheerplan is de basis van een vrijstelling voor schadebestrijding, de verlening van ontheffing voor faunabeheer en de uitoefening van jacht.

Bezwaar

Tegen een ontheffing kan je als belanghebbende binnen zes weken na bekendmaking bezwaar maken en zo nodig beroep instellen. Tegen een vrijstelling ten behoeve van schadebestrijding kan geen bezwaar worden gemaakt en dus ook geen beroep worden ingesteld.

Houtopstanden, hout en houtproducten

Het doel van de wet is om het totale aantal bomen in Nederland min of meer gelijk te houden. Om dit mogelijk te maken zijn er drie instrumenten in de wet op genomen:

- Een kapverbod in artikel 4.2 Wnb. Daarnaast kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod van ten hoogste vijf jaar vaststellen, ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.

– Een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom, indien kap plaatsvindt in een houtopstand van tien bomen of meer of een bomenrij van meer dan 20 bomen. Op die manier kunnen de provincies toezicht houden op het bomenbestand op hun grondgebied. De provincies stellen vast welke gegevens nodig zijn bij het indienen van een aanvraag.

– Een herplantingsplicht binnen drie jaar na het kappen. Er gelden een paar vrijstellingen, maar normaal gesproken bestaat er een herplantingsplicht. Een van deze vrijstellingen geldt als gekapt wordt in verband met de realisatie van Natura 2000-doelen.

Er zijn een aantal bomen uitgezonderd van het beschermingsregime, namelijk: kerstbomen, fruitbomen en kweekgoed.

Binnen de bebouwde kom gelden andere regels. Om een boom te kappen binnen de bebouwde kom geldt een meldingsplicht of kapvergunning. Raadpleeg hiervoor de website van de gemeente waar de boom zich bevindt.

Op grond van artikel 4.5 Wnb kunnen Gedeputeerde staten ontheffing of vrijstelling verlenen van de herbeplantingsplicht als een afwijking wenselijk is. Provinciale staten kunnen bij verordening geheel of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van meldings-/herbeplantingsplicht. Zij kunnen dit opnemen in de provinciale verordening.

Bezwaar

Tegen een ontheffing of vrijstelling kan je als belanghebbende binnen zes weken na bekendmaking bezwaar maken en zo nodig beroep instellen.
De vaststelling van een kapverbod gebeurt volgens het Aanwijzingsbesluit Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Je kan bezwaar instellen tegen het beperkingsbesluit.

 

Opmerkingen

Wil je reageren? Meld je aan!