U bent hier: Home / Toolbox / Doen / Juridische informatie en procederen / Wet- en regelgeving / Nationaal / Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Er zijn 26 verschillende vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen, meldingsplichten e.d. op het terrein van milieubescherming, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en natuurbescherming in één vergunningenstelsel ondergebracht: de omgevingsvergunning. Dit is geregeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Omgevingsvergunning
Wat is het doel van een omgevingsvergunning voor milieu-aspecten?
Welke milieuvoorschriften zijn er?
Wabo/Omgevingsvergunning- de procedures
De reguliere voorbereidingsprocedure
De uitgebreide voorbereidingsprocedure
Verklaring van geen bedenkingen (vvgb)
Inwerkingtreding
De bestuurlijke handhaving vanuit de Wabo
Wanneer wordt een procedure aangehouden?
Wat kan ik doen tegen een omgevingsvergunning?
Wat kan ik doen bij een aanvraag voor een nieuwe omgevingsvergunning mbt milieu?
Wat kan ik doen bij overlast door een bedrijf met een bestaande omgevingsvergunning?

Wat is de Wabo?

de Wabo regelt de vergunning- en meldingsplicht op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu. Voorheen was dit geregeld in een groot aantal specialistische wetten die ieder hun eigen vergunningstelsel kenden. Denk bijvoorbeeld aan de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet.

Omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning is een integrale vergunning voor projecten (activiteiten) die invloed hebben op de fysieke leefomgeving.

Er zijn 26 verschillende vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen, meldingsplichten e.d. op het terrein van milieubescherming, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en natuurbescherming in één vergunningenstelsel ondergebracht.

Het gevolg van het onderbrengen in één stelsel is dat burgers en bedrijven die een bouw- of verbouwproject willen starten, niet langer bij diverse overheidsinstanties meerdere toestemmingen moeten aanvragen. Eén aanvraag is nu vaak voldoende, in te dienen bij één loket. Via Omgevingsloket.nl kan een particulier of een bedrijf via de website van de gemeente digitaal een omgevingsvergunning aanvragen. Het gaat meestal om toestemming voor de bouw-, reclame-, inrit-, kap- en sloop en de toestemming of melding in het kader van brandveilig gebruik (bouwbesluit 2012).


Deze aanvraag zou, na het doorlopen van één procedure, moeten leiden tot één besluit over één omgevingsvergunning. Hiervoor bestaat één procedure voor rechtsbescherming. Splitsing en/of fasering van aanvragen is onder bepaalde omstandigheden ook mogelijk.

De omgevingsvergunning wordt hoe langer hoe meer vervangen door algemene regels, waarbij de vergunningplicht is vervangen door een meldingsplicht, of zelfs door vergunningvrije activiteiten. Dat geldt vooral voor de bouw- en milieu-onderdelen van de vergunning.

Wat is het doel van een omgevingsvergunning voor milieu-aspecten?

In beginsel kunnen in een omgevingsvergunning voor milieuaspecten (voorheen milieuvergunning) alle soorten voorschriften worden opgenomen die in het belang zijn van de bescherming van het milieu en de mens.

Het uitgangspunt van de omgevingsvergunning is dat regels die de grootst mogelijke bescherming bieden gebruikt worden, tenzij dat redelijkerwijs niet van een bedrijf of van een burger kan worden gevraagd. Het bevoegd gezag heeft de plicht om de vergunning zo actueel mogelijk te houden, dat wil zeggen aangepast aan de stand der techniek en de wetenschappelijke inzichten. Als je dus weet dat er bijvoorbeeld betere technieken zijn, die het milieu sparen, maar het bedrijf gebruikt deze niet, dan kun je dit bij de gemeente aankaarten en een verzoek om aanpassing van de omgevingsvergunning doen.

Welke milieuvoorschriften zijn er? 

Het soort voorschriften in een omgevingsvergunning  is afgestemd op de activiteit waarvoor de vergunning verleend is. Dat geldt ook voor de algemene milieuvoorschriften voor bedrijven in het Activiteitenbesluit. Voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op het geluid dat door de inrichting wordt veroorzaakt, op veiligheid, stankoverlast, en op de verkeersbewegingen van en naar het bedrijf. Ook kunnen eisen gesteld worden aan het energieverbruik in de inrichting, en aan de verwijdering van afvalstoffen. Voorschriften kunnen voorkomen in de vorm van:

  • doelvoorschriften
  • middelvoorschriften
  • andere voorschriften (zoals gericht op registratie, rapportage, onderzoek).

Doelvoorschriften zijn voorschriften die het bedrijf verplichten een bepaald resultaat te bereiken. Het wordt aan het bedrijf zelf overgelaten op welke manier aan de norm wordt voldaan. Een voorbeeld is een voorschrift waarin het bedrijf wordt verplicht om het geluidsniveau aan de gevel van de dichtstbijzijnde woning onder de 50 decibel te houden.

In middelvoorschriften worden concrete maatregelen genoemd die het bedrijf moet nemen. Zoals methoden en middelen om het voorgeschreven doel te bereiken. Je kunt hierbij denken aan het plaatsen van een geluidsscherm om overlast voor omwonenden te beperken.

De Wet milieubeheer, respectievelijk de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, regelt de bescherming van alle milieu-aspecten, behalve de kwaliteit van oppervlaktewater. Dat wordt geregeld in de Waterwet. Een bedrijf dat loost op oppervlaktewater heeft vaak een Waterwet-vergunning nodig. De voorschriften van de omgevings- en Waterwet-vergunning worden op elkaar afgestemd.

De overheid kan aan bedrijven via de omgevingsvergunning de eis stellen dat de best beschikbare technieken (BBT) worden toegepast om het milieu te beschermen (vroeger As Low As Reasonably Achievable (ALARA-)beginsel, zo laag als redelijkerwijs mogelijk is)). Deze BBT's, voor ca 35 sectoren zoals de pulp & papier industrie of de ijzer- & staalindustrie, zijn per sector te vinden in de zogenaamde BBT-conclusies en BREF-documenten.

Een vergunning voor een bedrijf kan gedetailleerd zijn, maar zij kan ook meer op hoofdlijnen gericht zijn. In het laatste geval heeft het bedrijf meer vrijheid om zelf een milieubeleid te voeren.

Het bevoegd gezag moet de vergunning weigeren als het niet mogelijk is om de overlast tot een acceptabel niveau terug te brengen.

Wabo/Omgevingsvergunning- de procedures

De Wabo kent twee procedures voor de behandeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning;

  • De reguliere voorbereidingsprocedure (± 8 tot 14 weken);
  • De uitgebreide voorbereidingsprocedure (± 6 tot 8 maanden).

In de meeste gevallen is op de voorbereiding van een omgevingsvergunning de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Dit is een relatief eenvoudige en kortdurende procedure.

Als de omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor bepaalde activiteiten, waarvan verwacht kan worden dat ze een groot effect op de omgeving zullen hebben, is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Welke activiteiten dit precies zijn staat in artikel 3.10 van de Wabo. Enkele voorbeelden zijn het oprichten van een bedrijf met grote nadelige gevolgen voor het milieu of het slopen van een monument.

De volledige procedures zijn terug te vinden in hoofdstuk 3 van de Wabo en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een goede juridische leidraad is te vinden op de website Kennisplein omgevingsvergunning van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hieronder volgt een korte uitleg.

De reguliere voorbereidingsprocedure

Als er een aanvraag bij het bevoegd gezag (meestal de gemeente) binnenkomt, publiceert het bevoegd gezag hiervan zo snel mogelijk een kennisgeving. Dit kan bijvoorbeeld op de gemeentelijke website gebeuren, en in een of meer huis-aan-huisbladen of dag- of weekbladen. De aanvraag moet binnen acht weken worden beoordeeld. Deze termijn kan een keer met zes weken worden verlengd.

In sommige gevallen zal het bevoegd gezag iedereen de gelegenheid geven om een zienswijze in te dienen naar aanleiding van de aanvraag, maar dit is niet verplicht. Als het bevoegd gezag op de aanvraag heeft beslist kun je, als je belanghebbende bent, bezwaar maken bij het bevoegd gezag en daarna eventueel in beroep gaan bij de Rechtbank en in hoger beroep bij de Raad van State.

Als het bevoegd gezag de reguliere voorbereidingsprocedure volgt hoeft de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb (afdeling 3.4) niet gevolgd te worden.

De uitgebreide voorbereidingsprocedure

De uitgebreide voorbereidingsprocedure sluit grotendeels aan bij de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb.

Het bevoegd gezag is verplicht een ontwerpbesluit gedurende zes weken ter inzage te leggen. Tijdens die periode kan iedereen zienswijzen indienen. Het bevoegd gezag is verplicht op deze zienswijzen te reageren in het definitieve besluit. Het bevoegd gezag moet in principe binnen zes maanden beslissen op de aanvraag, deze termijn kan een keer met maximaal zes weken worden verlengd. Belanghebbenden kunnen tegen het definitieve besluit in beroep bij de rechtbank en eventueel in hoger beroep bij de Raad van State.

Let op: Als de uitgebreide procedure is gevolgd kun je geen bezwaar maken. Dit is omdat er al tijdens de procedure de mogelijkheid gegeven wordt om zienswijzen in te dienen. Een bezwaarprocedure zou daardoor vooral een herhaling van zetten worden.

Tip: dien tijdig en ruimschoots zienswijzen in! Als belanghebbende kun je in beroep en hoger beroep alleen argumenten gebruiken die je eerder ook in de zienswijze hebt opgenomen. Dit betekent ook dat als je helemaal geen zienswijze hebt ingediend je in principe ook niet in beroep kunt gaan, tenzij je kunt aantonen dat je niet in de gelegenheid bent geweest een zienswijze in te dienen.

Verklaring van geen bedenkingen (vvgb)

In sommige gevallen mag een omgevingsvergunning pas verleend worden nadat een ander bestuursorgaan dan het bevoegd gezag schriftelijk heeft verklaard daartegen geen bezwaar te hebben. Zo'n verklaring heet een verklaring van geen bedenkingen (vvgb).

De vvgb is door de wetgever ingesteld omdat in sommige gevallen een ander bestuursorgaan meer specialistische kennis in huis heeft om een goede beoordeling te maken. Ook kan het zo zijn dat het orgaan dat een vvgb moet afgeven verantwoordelijk is voor het beleid rondom de activiteit waar het om gaat. Het gaat bijvoorbeeld om activiteiten die vallen onder de bescherming van de Natuurbeschermingswet 1998  of de Flora- en faunawet.

Inwerkingtreding

Vanaf het moment dat een omgevingsvergunning in werking treedt, mag de houder van de vergunning de vergunde activiteit gaan uitvoeren. Daarom is dit een belangrijk moment.
De hoofdregel is dat de vergunning in werking treedt op de eerste dag na de bekendmaking van het besluit. Op deze hoofdregel maakt de Wabo enkele uitzonderingen:

Een omgevingsvergunning voor bepaalde activiteiten die onomkeerbaar zijn, zoals het kappen van bomen of het slopen van een monument, treedt pas in werking na het verlopen van de bezwaartermijn. Deze termijn is zes weken, gerekend vanaf de bekendmaking van het besluit.Of, als de uitgebreide voorbereidingsprocedure is gevolgd, na de beroepstermijn (deze is ook zes weken vanaf de bekendmaking).

Een andere uitzondering is gemaakt voor een aantal gevallen waarin naast de omgevingsvergunning nog een vergunning of toestemming nodig is op grond van een andere wet zoals de Wet bodembescherming of de Kernenergiewet.


Als je wilt voorkomen dat er gebruik gemaakt wordt van een omgevingsvergunning, voordat beslist is op je bezwaar-, beroeps-, of hoger beroepschrift, dan kun je bij de rechtbank of de Raad van State (gedurende de hoger beroepsprocedure) een verzoek tot voorlopige voorziening indienen. De rechter kan dan beslissen dat de inwerkingtreding van de vergunning wordt uitgesteld tot een beslissing op bezwaar is genomen of een uitspraak in het (hoger) beroep is gedaan. Om een voorlopige voorziening toegewezen te krijgen, moet je aantonen dat er sprake is van een spoedeisend belang. Bijvoorbeeld als je buurman heeft aangekondigd dat hij volgende week een boom gaat kappen. Wanneer een vergunning is verleend voor het kappen van een boom, en de boom wordt vervolgens gekapt en dáárna wordt de vergunning in beroep vernietigd, dan komt de uitspraak te laat om de boom te redden. Om dergelijke situaties te voorkomen is er de voorlopige voorziening.

Als dit wegens spoedeisende belangen noodzakelijk is, kan het bevoegd gezag bepalen dat een vergunning voor een onomkeerbare activiteit toch direct van kracht wordt. Bijvoorbeeld om een gebouw dat op instorten staat te slopen, omdat anders de veiligheid van omwonenden in gevaar komt.

Tip: Naast het voeren van juridische procedures als bezwaar- en beroepsprocedure kan het erg nuttig zijn om allerlei andere (actie)middelen te gebruiken om je standpunten over een plan, waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd, kenbaar te maken. Meer informatie hierover kun je hier vinden en in het Handboek Behoud het landschap van Milieudefensie. Hierin is in chronologische volgorde aangegeven hoe je verschillende actiemiddelen kunt gebruiken.

De bestuurlijke handhaving vanuit de Wabo

Als het bedrijf (of de burger) die een omgevingsvergunning gekregen heeft voor zijn bouwwerk zich niet houdt aan de regels uit die vergunning, dan kun je vragen om handhaving door de gemeente (bestuursrechtelijke handhaving) of je kunt naar de politie stappen (strafrechtelijke handhaving). Dit geldt niet alleen voor het overtreden van regels uit de omgevingsvergunning maar ook voor regels uit wetten die van toepassing zijn op het project. Wanneer je klaagt, dan moet de gemeente daarop ingaan. De gemeente (of de politie) is dan ook verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie die nodig is voor de handhaving, zoals het controleren of een café na sluitingstijd nog open is. Wanneer de gemeente overgaat tot handhaving, dan kan ze de volgende dingen doen:

  • een last onder bestuursdwang opleggen;
  • een last onder dwangsom opleggen;
  • een bestuurlijke boete opleggen;
  • de vergunning of ontheffing intrekken.

Dien je een verzoek tot handhaving in bij de gemeente, dan moet de gemeente binnen zes weken hierop ingaan: ze moet dan een beslissing nemen op je verzoek. Als de gemeente weigert te handhaven is dat een besluit waartegen je bezwaar en beroep kunt instellen.

Wanneer wordt een procedure aangehouden?

Soms lopen er naast de procedure tot verlening van een omgevingsvergunning nog andere procedures. In sommige gevallen kan de uitkomst daarvan van belang zijn voor de afweging of de aangevraagde omgevingsvergunning wel of niet verleend kan worden. In zo'n geval kan (of moet) de procedure worden aangehouden, oftewel worden stilgelegd totdat de uitkomst van een andere procedure bekend is.

Hoe weet ik of een omgevingsvergunning voor milieu verplicht is?

Dit is niet eenvoudig! Je moet eerst aan de hand van het Besluit omgevingsrecht (Bor) vaststellen of het bedrijf een inrichting is in de zin van de Wet milieubeheer en de Wabo. Als dat het geval is kun je aan de hand van het Activiteitenbesluit vaststellen om welke categorie inrichting het gaat en of hiervoor een meldings- of verguningplicht geldt. Het Besluit omgevingsrecht (Bor) is een inhoudelijke uitwerking van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Met dit besluit in de hand kun je dus nagaan of voor het object waar je mogelijk bezwaar tegen hebt een omgevingsvergunning verplicht is en welke regels daar dan in zouden moeten staan. In het Bor staat onder andere:

  • een opsomming van de categorieën inrichtingen waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is (dat zijn vooral de grote, milieubelastende bedrijven);
  • welk bestuursorgaan de aanvraag om vergunning moet behandelen (meestal de gemeente);
  • regels over het indienen van een aanvraag om vergunning;
  • regels over de voorschriften die aan de vergunning verbonden mogen of moeten worden;
  • regels over het handhavingsprogramma dat gemeente, provincie en rijk moeten opstellen.

In het Bor zijn bepalingen te vinden uit het oude Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb) en vergelijkbare regelingen.

Je kunt dus zelf met het Bor en het Activiteitenbesluit aan de slag, maar je kunt ook de gemeente bellen om te vragen of er een omgevingsvergunning verplicht is voor een bepaalde activiteit. Dat is makkelijker en dat gaat sneller. Mocht je twijfelen aan het antwoord van de gemeente dan kun je altijd nog in het Bor kijken of er in een bepaald geval een omgevingsvergunning vereist is en welke voorschriften daar in moeten staan. Als je er dan niet uitkomt kun je overwegen om een juridisch adviseur in te schakelen.

Wat kan ik doen bij een aanvraag voor een nieuwe omgevingsvergunning mbt milieu?

Er zijn steeds meer bedrijven die geen omgevingsvergunning nodig hebben voor hun activiteiten. Ze moeten het wel melden bij het bevoegd gezag als ze activiteiten gaan starten of wijzigen. Deze bedrijven moeten zich aan algemene milieuvoorschriften houden, die in het Activiteitenbesluit staan (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer). In deze paragraaf gaat het alleen over bedrijven die wel een omgevingsvergunning voor milieu (voorheen milieuvergunning) nodig hebben.

Vergunningplichtige bedrijven hebben van tijd tot tijd een nieuwe omgevingsvergunning voor milieu nodig. Bijvoorbeeld omdat het bedrijf gaat uitbreiden, omdat er betere technieken zijn of omdat het bedrijf nieuw is of gaat vernieuwen.

Na de aanvraag om een vergunning van het bedrijf maakt het bevoegd gezag eerst een ontwerp-vergunning bekend in huis-aan-huisbladen en via de gemeentelijke website. Dan legt ze het stuk ter inzage, meestal op het stadhuis of op een stadsdeelkantoor. Je kunt gedurende de inzagetermijn (zes weken) zienswijzen indienen tegen de ontwerpvergunning, bijvoorbeeld als je vindt dat de voorschriften niet streng genoeg zijn. Omwonenden hebben belang bij een vergunning met strakke en duidelijke voorschriften.

Vergunningen van (grote) bedrijven dienen ook te voldoen aan de Europese milieurichtlijnen. De vergunningen van grote bedrijven dienen sinds 31 oktober 2007 te voldoen aan de Europese richtlijn industriele emissies (voorheen IPPC, Geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging). Dat betekent onder meer dat bedrijven de Best Beschikbare Techniek (BBT) moeten toepassen om het milieu te beschermen. Ook dienen vergunningen te voldoen aan de Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit (de uitstoot van een bedrijf moet hieraan getoetst worden).

Wat kan ik doen bij overlast door een bedrijf met een bestaande omgevingsvergunning?

Mocht je, bijvoorbeeld, geluidsoverlast ondervinden van een bedrijf bij jou in de straat, of merk je dat een scheepswerf het water vervuilt waar jij aan woont, dan kun je de gemeente bellen en vragen welke voorschriften van toepassing zijn. Als je denkt dat het bedrijf zich niet houdt aan de voorgeschreven regels dan kun je de gemeente - liefst schriftelijk - vragen om dit te onderzoeken en om handhavend op te treden. Het kan ook verstandig zijn om je probleem direct voor te leggen aan de eigenaar van het bedrijf waar je last van hebt. Als je in goed overleg het probleem kunt aanpakken is dat wel zo efficiënt.

Opmerkingen

Wil je reageren? Meld je aan!