U bent hier: Home / Toolbox / Doen / Juridische informatie en procederen / Wet- en regelgeving / Nationaal / Flora- en faunawet (Vervallen)

Flora- en faunawet (Vervallen)

De Flora- en faunawet is vervallen per 01-01-2017 en opgegaan in de Wet natuurbescherming.

Welke soorten zijn beschermd?
Welke beschermde soorten komen hier voor?
Hoe worden beschermde soorten beschermd?
Uitheemse beschermde soorten
Een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet
Koppeling omgevingsvergunning en ontheffing
Ecologisch onderzoek moet tijdig worden uitgevoerd

Welke soorten zijn beschermd?

In artikel 3 en 4 van de Flora- en faunawet, en in het Besluit en de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten is bepaald welke soorten beschermd zijn, zoals:

  • alle zoogdieren die van nature in Nederland in het wild voorkomen, met uitzondering van bruine rat, zwarte rat en huismuis,
  • alle soorten vogels die van nature op het grondgebied van de lidstaten van de EU in het wild voorkomen,
  • alle amfibieën en reptielen die van nature in Nederland in het wild voorkomen,
  • vissen, en schaal- en schelpdieren voor zover deze niet onder de Visserijwet vallen (zie voor de wettekst  de Visserijwet)
  • bepaalde aangewezen insecten (bijvoorbeeld vlinders, libellen en mieren).

Welke beschermde soorten komen hier voor?

In de Nationale Databank Flora en Fauna en via het Natuurloket kun je hier informatie over vinden.

Het verzamelen en beschikbaar stellen van gegevens over beschermde soorten in Nederland is opgedragen aan de Unit Natuurinformatie en -Beheer

Allerlei soortgerichte verenigingen en stichtingen werken samen met de overheid om informatie over in Nederland voorkomende flora en fauna te verzamelen en te ontsluiten. De organisaties die daaraan mee werken zijn bijvoorbeeld:

Deze organisaties hebben zich verenigd in een overkoepelend orgaan, de VOFF.

Je kunt de lijsten van waargenomen soorten opvragen bij het Natuurloket of bij de genoemde organisaties.Vaak zijn hier kosten aan verbonden.

Hoe worden beschermde soorten beschermd?

Deze bescherming van soorten gebeurt op drie manieren:

  1. Het is verboden om handelingen uit te voeren die de instandhouding van in het wild levende planten en dieren in gevaar brengen. Daarop zijn uitzonderingen mogelijk (vergunning, ontheffing).
  2. Kleine natuurterreinen in Nederland kunnen door het provinciale bestuur worden aangewezen als beschermde leefomgeving, wanneer deze voor het voortbestaan van een bepaalde soort van groot belang zijn. Zie ook de volgende FAQ op de site van Vogelbescherming.
  3. Een soort kan worden opgenomen op de Rode lijsten van bedreigde dier- en plantensoorten. Deze lijst heeft geen wettelijke status, maar  voor soorten die op deze lijst staan, kan de overheid wel speciale beschermingsmaatregelen treffen. Bijvoorbeeld door gebieden te beschermen die van belang zijn voor die soorten. Hiervoor biedt de Natuurbeschermingswet mogelijkheden.

Uitheemse beschermde soorten

Veel dieren en planten, die in het buitenland in het wild leven, zoals krokodillen, apen, olifanten, enkele soorten papegaaien, hebben bescherming nodig. In Nederland zijn ze vanaf 1 april 2002 beschermd in de Flora- en faunawet. Je mag zonder ontheffing geen beschermde, of met uitsterven bedreigde uitheemse planten en dieren invoeren, verhandelen, bezitten of vervoeren.

Voor uitheemse dieren of planten die hier gefokt of geteeld zijn, zijn de regels minder streng. De wet geeft uitvoering aan de internationale CITES.

Een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet

Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen nadelig zijn voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten. Voor nieuwe projecten is in dat geval een ontheffing vereist van het Ministerie van Economische Zaken, op grond van artikel 75, derde lid van de Flora- en faunawet. De initiatiefnemer van bouw- of aanlegprojecten moet voor het indienen van de aanvraag zelf door ecologen laten onderzoeken wat de effecten van zijn plannen zijn op de natuur. 

Ontheffingverlening op grond van de Flora- en faunawet vereist een zeer zorgvuldige afweging van belangen. De initiatiefnemer moet daarom bij zijn aanvraag om ontheffing voldoende informatie verschaffen over maatschappelijke noodzaak van het project, de locatiekeuze en de wijze van uitvoering. Ook moet hij inzichtelijk maken welke schade ontstaat aan wettelijk beschermde natuurwaarden en op welke wijze hij deze schade zal beperken, mitigeren (verzachten) of compenseren. Om onnodige schade aan biotopen en soorten te voorkomen, kan het vereist zijn dat compenserende maatregelen al ruim voor het uitvoeren van de plannen worden gerealiseerd. Deze moeten in de aanvraag om ontheffing worden opgenomen.

Er is niet altijd een ontheffing nodig. Voor reguliere werkzaamheden, zoals het beheer van stadsgroen, geldt een vrijstellingsregeling (Besluit vrijstellingen beschermde dier- en plantensoorten, zie wetten.nl).

Koppeling omgevingsvergunning en ontheffing

Als voor een bouw- of aanlegproject een omgevingsvergunning is vereist, kan het zijn dat er daarnaast ook een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet nodig is. Er is dan een koppeling tussen de omgevingsvergunning en de ontheffing. In dat geval verleent de gemeente de omgevingsvergunning inclusief de ontheffing. Een omgevingsvergunning kan dan alleen worden verleend als de minister van Economische Zaken een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven (artikel 75d Flora- en faunawet).

Ecologisch onderzoek moet tijdig worden uitgevoerd

Voorbereidingen voor een ontheffingsaanvraag, waaronder ecologisch onderzoek en zo nodig compenserende maatregelen, moeten tijdig, bijvoorbeeld tegelijk met de start van de bouwplanprocedure, worden gestart. Later in de procedure ontstaan dan geen vertragingen.

De ervaring is dat het onderdeel natuur te laat aandacht krijgt in de planvoorbereiding. Een verantwoorde oplossing die pas laat in het planproces wordt aangedragen, is extra moeilijk of zelfs onmogelijk. De natuurgegevens die worden aangeleverd, zijn vaak onvoldoende en geven niet het vereiste inzicht om een ontheffing te verlenen. Dit maakt toetsing van dergelijke plannen aan de wet niet mogelijk. De toetsing van natuurwaarden in het plangebied in relatie tot die in de omgeving (de landschapsecologische samenhang) is juist de essentie van de wet. Zo’n toetsing is noodzakelijk voor de houdbaarheid van de ontheffing bij de rechter.

Opmerkingen

Wil je reageren? Meld je aan!