U bent hier: Home / Toolbox / Doen / Juridische informatie en procederen / Wet- en regelgeving / EU / Habitatrichtlijn

Habitatrichtlijn

De in 1992 vastgestelde Habitatrichtlijn is een van de belangrijkste wetten van de Europese Unie ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in om habitats (leefgebieden) en soorten (wilde flora en fauna) die voor de Europese Unie van belang zijn in stand te houden.

De Habitatrichtlijn maakt onderscheid in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden, die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Met betrekking tot deze zones worden dan juridische of contractuele maatregelen vastgesteld of worden eventueel beheersplannen opgesteld. Doel hiervan is deze zones op langere termijn te behouden, waarbij menselijke activiteiten geïntegreerd worden vanuit een optiek van duurzame ontwikkeling.

De Habitatrichtlijn bevat ook bepalingen voor de instandhouding van soorten. Deze bepalingen voor soortbescherming zijn omgezet in Nederlandse wetgeving zoals de Flora- en faunawet.

Wat vind je in de Habitatrichtlijn?

  • Bijlage I: bevat de te beschermen habitattypen.
  • Bijlage II: bevat de dier- en plantensoorten die door het aanwijzen van speciale beschermingszones moeten worden beschermd.
  • In artikel 6 staan de belangrijkste beschermingsbepalingen voor gebieden en soorten. Dit artikel is omgezet in Nederlandse regelgeving, met name art. 19d-f van de Natuurbeschermingswet 1998. Daarom kan op dit artikel juridisch geen beroep meer worden gedaan.

De Habitatrichtlijn is met de inwerkingtreding van de Natuurbeschermingswet 1998 in de Nederlandse wetgeving verankerd en is ook uitgangspunt geweest van de Wet natuurbescherming, die waarschijnlijk op 1 januari 2017 in werking treedt.

De jurisprudentie over de wet en de richtlijn is van groot belang voor de uitleg van begrippen en bepalingen.

Een voorbeeld is het arrest van het Europese Hof van Justitie (zaaknummer C-127/02) over mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee, waarin het Hof beslist dat deze jaarlijks plaatsvindende activiteit als project moet worden gezien. Kokkelvisserij in de Waddenzee wordt al vele jaren uitgeoefend. Het Ministerie van LNV (nu Economische Zaken) vond dat kokkelvisserij als bestaand gebruik mag worden beschouwd. Bestaand gebruik wordt in de richtlijnen op een andere manier getoetst dan plannen of projecten (waarvoor een passende beoordeling met procedurele en inhoudelijke vereisten moet worden gemaakt).

Voor alle duidelijkheid: het Hof doet geen uitspraak over de inhoudelijke kanten van mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee en stelt niet dat dit moet worden verboden. Het Hof geeft een brede uitleg aan het begrip plan en project uit de Habitatrichtlijn. Het Hof zegt dat kokkelvisserij een project is en op die manier moet worden getoetst (met een passende beoordeling) en legt uit hoe die toets in zijn werk moet gaan.

Het Hof zegt dat een plan of project niet alleen het neerzetten van bouwwerken of installaties is, maar ook 'andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap, inclusief de ontginning van bodemschatten'. Door die formulering vallen veel activiteiten in Vogel- en Habitatrichtlijngebieden onder deze scoop. Het Hof stelt ook dat het voorzorgbeginsel onverkort moet worden toegepast.

Samengevat is het belang van de uitspraak:

  1. Dat een activiteit al jarenlang in een gebied wordt uitgeoefend, is nog geen reden dit altijd te blijven toestaan. Dit heeft bijvoorbeeld ook gevolgen voor visserij in de Zeeuwse Deltawateren.
  2. Bij twijfels over de schadelijke effecten is iets niet meteen verboden, maar is er wel een verplichting om de effecten te onderzoeken op basis van de beste wetenschappelijke kennis.
  3. Als de overheid daarna wil toestemming wil geven mag dit alleen als zeker is dat het plan of project op zichzelf of samen met andere activiteiten geen significante schadelijke gevolgen zal hebben voor de natuurlijke kenmerken van het gebied. Dit geldt dus voor plannen en projecten (woningbouw, nieuwe infrastructuur) als 'andere ingrepen', dus alle vormen van bestaand gebruik waarbij redelijke twijfel bestaat over mogelijke significant schadelijke gevolgen.
  4. Als de overheid toch toestemming wil geven voor activiteiten, waarvan significant schadelijke effecten te verwachten zijn, dan worden eisen gesteld aan het onderzoek naar alternatieven, het sociaal-economisch belang van de activiteit (er moet sprake zijn van 'dwingende redenen van groot openbaar belang') en de natuur die verloren gaat moet onverkort worden gecompenseerd. Ook dan worden dus zware eisen gesteld. Over al deze punten heeft het Hof zich nu niet uitgesproken, maar dit wordt door de richtlijnen voorgeschreven.

Lees meer:

  • de volledige tekst van de Habitatrichtlijn kunt u vinden op de site van de Europese Unie.

Opmerkingen

Wil je reageren? Meld je aan!