U bent hier: Home / Toolbox / Doen / Juridische informatie en procederen / Juridische basisbegrippen / Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Het bestemmingsplan is een belangrijk ruimtelijk plan, dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Dit plan legt vast hoe de ruimte binnen de gemeente gebruikt mag worden en wat de bouwmogelijkheden op gemeentelijk niveau zijn.

Doel van het bestemmingsplan
Invloed van rijk of provincie
Procedure
Flexibiliteit
Uitwerking van bestemmingsplan
Lees meer

Doel van het bestemmingsplan

Het bestemmingsplan is een belangrijk ruimtelijk plan, dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Dit plan legt vast hoe de ruimte binnen de gemeente gebruikt mag worden en wat de bouwmogelijkheden op gemeentelijk niveau zijn.

Het plan is juridisch bindend voor iedereen. De gemeente beslist met behulp van een bestemmingsplan wat voor activiteiten wel of niet zijn toegestaan op terreinen binnen het gemeentelijk grondgebied. Het bouwen van een woning op een terrein met een andere bestemming dan wonen, zoals 'Recreatie', is niet toegestaan.

Een gemeente kan wel een omgevingsvergunning afgeven voor gebruik dat afwijkt van het bestemmingsplan, zie hieronder, bij Flexibiliteit. 

Een gemeente is verplicht om een bestemmingsplan te maken voor haar hele grondgebied. Een bestemmingsplan moet na 10 jaar verplicht worden herzien. Gebeurt dat niet, dan kan de gemeente geen kosten in rekening brengen voor het afgeven van omgevingsvergunningen.

Invloed van rijk of provincie

De minister van I & M en de provincie (Gedeputeerde Staten) kunnen de gemeente een aanwijzing geven om een bestemmingsplan vast te stellen of op een bepaalde manier te herzien. De minister kan ook ingrijpen via een inpassingsplan. Zij mogen echter alleen van deze bevoegdheden gebruik maken als er sprake is van provinciale of landelijke belangen, die zwaarder wegen dan de gemeentelijke belangen.

Gemeentebesturen moeten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening houden met de eisen op grond van de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening. Maar daarnaast is het uitgangspunt voor het ruimtelijk beleid de gemeentelijke structuurvisie, de structuurvisies en verordeningen van provincie en rijk, en andere beleidsdocumenten, zoals het gemeentelijke landschapsbeleidsplan.

Procedure

De planprocedure is vaak een omvangrijke en tijdrovende procedure met veel inspraakmomenten. De gemeente vraagt aan allerlei instanties advies over het plan, bijvoorbeeld aan het Waterschap of de provincie.

Verschillende gemeenten geven daarnaast hun inwoners de gelegenheid om te reageren op een of meer voor-ontwerpen (publieksparticipatie). Dat is niet wettelijk verplicht, maar wel verstandig, omdat dat tot meer draagvlak leidt van het plan.

Wel voorgeschreven is het volgen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Daarin is geregeld dat iedereen zienswijzen tegen het ontwerp bestemmingsplan kan indienen. Als de gemeenteraad het bestemmingsplan eenmaal heeft vastgesteld kunnen alleen belanghebbenden nog beroep instellen (maar er zijn uitzonderingen op deze regel!). 

Deze regeling is opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht. Aanvullende procedureregels staan vermeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro, afdeling 3.2 en verder).

Hieronder is de procedure voor het vaststellen/wijzigen van een bestemmingsplan schematisch weergegeven;

stroomschema bestemmingsplan

Flexibiliteit

Het komt geregeld voor dat er plannen ontwikkeld worden die niet in het bestemmingsplan passen, maar die de gemeente wel mogelijk wil maken. Om de zware bestemmingsplanprocedure te vermijden, zijn er methoden ontwikkeld om flexibiliteit in te bouwen. Zo wordt er in een bestemmingsplan vaak een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen om een bestemming te wijzigen of uit te werken (zie onder). Ook kan de gemeente afwijken van een plan door middel van een omgevingsvergunning voor gebruik in afwijking van het bestemmingsplan.

Uitwerking van bestemmingsplan

De gemeenteraad kan in een bestemmingsplan regelen dat burgemeester en wethouders de bestemming van een bepaald terrein nader mogen uitwerken. Dit is geregeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Als de bestemming bijvoorbeeld 'wonen' is, kunnen B & W bepalen hoeveel woningen er komen. Dat is vaak afhankelijk van de concrete behoefte aan woningen op dat moment, of van de plannen die een projectontwikkelaar heeft gemaakt.

De raad moet wel precies aangeven binnen welke grenzen B & W het plan mogen uitwerken, blijkt uit vaste rechtspraak, want de eindverantwoordelijkheid voor het wijzigen van de planologische mogelijkheden ligt alleen bij de raad.

Het doel van deze uitwerkingsbevoegdheid is om een bestemmingsplan enige flexibiliteit te geven. Een gemeente kan zo inspelen op nieuwe ontwikkelingen en later alsnog een nadere uitwerking mogelijk maken.

Een vergelijkbare mogelijkheid geldt voor inpassingsplannen van provincie en rijk.

Zie verder Flexibele bestemmingsplannen.

 Procedure

Voor binnenplanse uitwerkingen is een minder zware procedure nodig dan bij het vaststellen van een nieuw of gewijzigd bestemmingsplan. Niet de gemeenteraad neemt de beslissing om de bestemming te wijzigen, maar B & W, wat veel tijd scheelt.

De uniforme openbare voorbereidingsprocedure is van toepassing, naast artikel 3.9a van de Wro, zie www.wetten.nl.

U kunt uw zienswijzen geven op het ontwerp-besluit om een binnenplanse wijziging van het bestemmingsplan vast te stellen. Tegen het definitieve besluit kunt u beroep instellen, als u belanghebbende bent.

Lees meer:

 

Opmerkingen

Wil je reageren? Meld je aan!