U bent hier: Home / Toolbox / Doen / Juridische informatie en procederen / Juridische procedures / De (hoger) beroepsprocedure

De (hoger) beroepsprocedure

De procedures voor beroep en hoger beroep zijn in de basis hetzelfde. Een belangrijke uitzondering is de instantie waar het beroep ingediend moet worden. Je kunt in de onderstaande tekst in plaats van 'beroep' ook 'hoger beroep' lezen, met uitzondering van de tekst in de paragraaf:"Waar stel je beroep in?"

Wie kunnen beroep instellen?
Waar stel je beroep in?
Hoe stel ik tijdig beroep in?
Je hebt meer tijd nodig voor je beroep
Wat moet er in een beroepschrift staan?
Wanneer neemt de rechter mijn beroep niet in behandeling?
Wat houdt het relativiteitsvereiste in?
Marginale toetsing en toetsing 'ex tunc'
Wat is het doel van een hoorzitting bij de rechter?
Kan ik na de Raad van State nog ergens terecht?

Wie kunnen beroep instellen?

Alleen belanghebbenden kunnen een beroepschrift indienen. Je moet bovendien meestal eerst zienswijzen of een bezwaarschrift hebben ingediend om in beroep te kunnen gaan, afhankelijk van de inspraakprocedure. Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel. Als het besluit gewijzigd is ten opzichte van het ontwerp- of het eerdere besluit kan je tegen de wijzigingen wel in beroep gaan, ook al heb je niet eerder zienswijzen of een bezwaarschrift ingediend.

Waar stel je beroep in?

Als je beroep kunt instellen tegen een overheidsbesluit, kun je in dat besluit lezen bij wie je dat moet doen. Als die informatie ontbreekt, bel dan met de instantie die het besluit heeft genomen. Het is wettelijk verplicht om die informatie in het besluit op te nemen of bij te sluiten.

In de meeste gevallen stel je beroep in bij de rechtbank, sector bestuursrecht. Welke rechtbank je moet hebben hangt af van de vestigingsplaats van de overheid die het besluit heeft genomen (artikel 8:7 Awb). Waar die rechtbank is, kun je zien op rechtspraak.nl (onder rechtbanken). Van de rechtbank waar je je beroep naar toe moet sturen kun je hier ook meteen de site aanklikken. Daarop vind je niet alleen adresgegevens, maar ook uitgebreide informatie over de procedure. De regels hiervoor vind je in hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Soms kun je tegen uitspraken van de rechtbank hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het kan ook zijn dat je het gewone beroep bij deze instantie moet instellen, zonder dat je eerst naar de rechtbank gaat dus. Voorbeelden hiervan zijn sommige ruimtelijke ordeningszaken op grond van de Crisis- en herstelwet.

Hoe stel ik tijdig beroep in?

Je moet je beroepschrift binnen zes weken na de dag van verzending van het besluit versturen: het beroepschrift mag op de laatste dag van de beroepstermijn worden gefaxt of verstuurd. Het is verstandig om je beroepschrift aangetekend te versturen. Je kunt dan aantonen dat je het op tijd hebt verzonden. Je kunt ook digitaal procederen, als je als burger, of namens een vereniging procedeert. Kijk daarvoor op de site van de betreffende rechtbank.

Op het besluit waar je beroep tegen instelt zal vaak een uiterste verzenddatum te vinden zijn. De beroepstermijn wordt ook vermeld in de krant, of op de website van het bestuursorgaan, bij de bekendmaking van het besluit. Is je beroepschrift niet binnen zes weken verstuurd naar de rechtbank of de Raad van State, dan verspeel je in principe je recht om beroep in te stellen. Je beroep wordt dan, zoals dat heet, niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de rechter niet verplicht is om je beroepschrift inhoudelijk te behandelen.

Je hebt meer tijd nodig voor je beroep

De termijn voor het instellen van beroep is als regel zes weken. Een verzoek om een voorlopige voorziening mag je - als je tenminste op tijd beroep hebt ingesteld - wel later indienen. Het kan zijn dat je voor je beroep meer tijd denkt nodig te hebben, bijvoorbeeld omdat je eerst advies wilt vragen.

Om je recht op beroep niet te verspelen, moet je binnen zes weken een brief sturen naar de rechter die bevoegd is (rechtbank of Raad van State), waarin je meedeelt dat je beroep instelt. Je schrijft waarom je het niet eens bent met het besluit van het bestuursorgaan en waarom je meer tijd nodig hebt voor de motivering van je beroep. Bij de brief moet je, als dat mogelijk is, een kopie meesturen van het besluit waar je het niet mee eens bent.

Let op: als het besluit is gebaseerd op de Crisis- en herstelwet, krijg je geen extra tijd voor het aanvullen van je beroepschrift!

Wat moet er in een beroepschrift staan?

Wees volledig en duidelijk. Deel de brief in van belangrijkst naar minst belangrijk argument. Breng kopjes aan. Verwijs zo nodig naar bijlagen om bepaalde punten verder uit te werken. Onderbouw je kritiekpunten met zakelijke argumenten. Een beroep op autoriteiten (onderzoekers, prominenten, hogere bestuursorganen, rechters) kan jouw argumenten kracht bij zetten. Wie stelt moet bewijzen: soms is dan ook een deskundig tegenonderzoek nodig om het onderzoek van je tegenpartij te ontkrachten.

Wees creatief en noem een reëel alternatief voor een omstreden besluit. Zo’n constructieve opstelling laat zien dat je meedenkt en een ook naar een oplossing wilt zoeken voor het geconstateerde probleem. Bovendien biedt een alternatief aan beslissers een probleemoplossing die zij zonder (al te veel) gezichtsverlies kunnen overnemen. Ga na of het bestuursorgaan - ter voorkoming van een juridische procedure - met je wil onderhandelen over een alternatieve oplossing.

Ga na of het bestuursorgaan verdragen, wetten, (inter)nationale richtlijnen, algemene maatregelen van bestuur, verordeningen, structuurvisies, inpassingsplannen en aanwijzingsbesluiten van andere bestuursorganen goed heeft verwerkt in het besluit.

Zie voor een voorbeeld van een beroepschrift Voorbeeldbrieven.

Wanneer neemt de rechter mijn beroep niet in behandeling?

De rechter moet een beroepschrift niet ontvankelijk verklaren als (onder meer):

  • je het bezwaar- en/of beroepschrift niet binnen de termijn van zes weken na het betreffende (ontwerp)besluit indient;
  • je geen of niet tijdig zienswijzen hebt ingediend in het kader van de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure;
  • je het griffiegeld niet, of niet op tijd hebt betaald;
  • je niet als belanghebbende wordt aangemerkt.

Wat houdt het relativiteitsvereiste in?

Het relativiteitsbeginsel houdt in dat de rechter in beroep of hoger beroep een besluit niet automatisch mag vernietigen omdat het besluit in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel (bijvoorbeeld een wet). Eerst moet de rechter toetsen of die regel 'strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept'.

Een voorbeeld waarbij deze regeling is toegepast is een uitspraak van de Raad van State over een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan van de gemeente Brummen (Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak 19 januari 2011, LJN: BP1352, 201006426/1/R2, te vinden via www.rechtspraak.nl). Het ging daarbij om de bouw van een groot aantal nieuwe woningen. In die zaak voerden (belanghebbende) omwonenden aan dat er onvoldoende rekening was gehouden met de milieuzone rondom een nabijgelegen bedrijf (Cray Valley). De woningen zouden komen te liggen binnen die milieuzone. De Raad van State heeft in deze uitspraak geoordeeld dat de gemeente inderdaad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in dit geval de woningen binnen de milieuzone gebouwd zouden kunnen worden. Maar omdat de milieuzone niet is bedoeld om de belangen van de omwonenden (uitzicht) te beschermen heeft de Raad van State het besluit ondanks dit gebrek toch niet vernietigd.

Het relativiteitsbeginsel is terug te vinden in artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht.

Marginale toetsing en toetsing 'ex tunc'.

In Nederland kennen we machtenscheiding, dat betekent dat een rechter niet op de stoel van het bestuur mag gaan zitten. De rechter beoordeelt daarom alleen of het bevoegd gezag binnen de geldende wet- en regelgeving in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. De rechter zal geen uitspraak doen over keuzes die de overheid maakt binnen de ruimte die de wet daarvoor geeft. Dit heet marginale toetsing. De rechter toetst besluiten naar de wet en regelgeving zoals die was op het moment dat het besluit genomen werd, 'ex tunc'.

Wat is het doel van een hoorzitting bij de rechter?

Het doel van een hoorzitting is dat de rechter een compleet beeld krijgt van alle feiten en omstandigheden die destijds bij het bestreden besluit zijn betrokken. De rechter toetst of het bestuursorgaan onder die omstandigheden in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Nieuwe omstandigheden, zoals gewijzigde wetten, spelen daarbij dus geen rol!

Tijdens de hoorzitting krijg je de gelegenheid om je beroepschrift mondeling toe te lichten. Je kunt je voorbereiden door een pleitnota te schrijven. Maak daarvan kopieën voor de rechter(s), de griffier, de andere partijen en eventueel de pers.

Hou het kort en bondig: de rechter kent de stukken. Je kunt deskundigen of adviseurs meebrengen, maar ook foto's of plankaarten. Hou je daarbij wel aan de aanwijzingen die je van te voren van de griffier krijgt. Ook de andere partijen mogen hun argumenten naar voren brengen. Probeer daarop te anticiperen of reageer tijdens de zitting.

Je kunt voor een hoorzitting de hulp inroepen van een advocaat.

Kan ik na de Raad van State nog ergens terecht?

Er is geen hogere rechterlijke instantie, dus je moet je bij de uitspraak neerleggen. Wanneer het om een uitspraak over de interpretatie van een Europese richtlijn gaat, zoals de Vogel- of Habitatrichtlijn of de richtlijn over luchtkwaliteit, dan kun je nog wel overwegen een klacht in te dienen bij de Europese Commissie. De Commissie bekijkt of ze de uitspraak van de Raad van State voorlegt aan het Europese Hof van Justitie. Deze procedure duurt zo'n twee tot drie jaar.

Opmerkingen

Wil je reageren? Meld je aan!