U bent hier: Home / Toolbox / Doen / Juridische informatie en procederen / Juridische procedures / Checklist omgevingsvergunning voor milieuzaken ten behoeve van een megastal.

Checklist omgevingsvergunning voor milieuzaken ten behoeve van een megastal.

Wil je een zienswijze indienen of een beroepschrift schrijven tegen een omgevingsvergunning voor een megastal? Hier kun je een overzicht vinden van de belangrijkste aandachtspunten. Let op, deze lijst is niet uitputtend! Kijk ook altijd goed naar wat er in jouw specifieke geval voor bijzonderheden spelen. Wees, zeker in je zienswijze, zo compleet mogelijk.

Checklist omgevingsvergunning voor milieuzaken ten behoeve van een megastal.

Hieronder vind je een korte beschrijving van de belangrijkste milieu-onderwerpen die aan de orde kunnen zijn bij de aanvraag en beoordeling van een omgevingsvergunning (op grond van de Wabo) voor een megastal. Hiernaast kunnen ook andere milieuonderwerpen zoals afvalstoffen en verkeersbewegingen een rol spelen. Behalve het milieugedeelte kan de (aangevraagde) omgevingsvergunning bijvoorbeeld ook gaan over onderwerpen als bouwen, slopen en gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan. Voor een overzicht van de procedure en tips en adviezen om in actie te komen vind je in het 'stappenplan megastallen'.

Best beschikbare technieken (BBT)

Alle grote bedrijven vanaf 40.000 stuks pluimvee, danwel 2000 mestvarkens, danwel 750 zeugen (let op: dit zijn andere drempelwaarden dan voor de MER-plicht) moeten aan de IPPC-eisen (richtlijn industriële emissies) voldoen. Dit betekent kort gezegd dat ze dienen te voldoen aan de Best Beschikbare Technieken (BBT) om de milieugevolgen te beperken.

Op Europees niveau is een document (BREF of BBT-conclusie) opgesteld dat streeft naar het benoemen van hetgeen als BBT moet worden beschouwd. Dit ‘Reference Document on Best Available Techniques for Intensive Rearing of Poultry and Pigs’ noemt de geaccepteerde technieken Omdat dit voor de hele EU geldt, heeft dit niet het hoogst mogelijke ambitieniveau. Eén ding is wel duidelijk: traditionele huisvesting voor varkens en kippen is uitgesloten.

Klik hier voor meer informatie over de BBT

Milieueffectrapportage (MER)

In sommige gevallen is een Milieueffectrapportage (MER) vereist. Dit is afhankelijk van wat er wordt aangevraagd. Indien een bedrijf wordt opgericht met bijvoorbeeld meer dan 3000 mestvarkens, danwel 900 zeugen, danwel 60.000 stuks pluimvee dan is een MER een wettelijke plicht. Bij de aanvraag om vergunning moet dan een MER worden gevoegd. Ook indien een uitbreiding plaats vindt, waarbij de uitbreiding meer dan bovengenoemde aantallen omvat, dan is eveneens een MER nodig.

In een aantal gevallen is er geen directe MER-plicht, maar moet het bevoegd gezag beoordelen of er in verband met bijzondere omstandigheden een MER nodig is. Dit is de MER-beoordelingsplicht. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij 2200 tot 3000 mestvarkens, 350 tot 750 zeugen of 45.000 tot 60.000 stuks pluimvee.

Het complete overzicht met dieraantallen waarvoor een MER (beoordelings)plicht geldt is te vinden in het Besluit milieueffectrapportage.

Meer informatie over de MER en de daarbij behorende procedure vind je hier.

Geurhinder

Voor omwonenden is geurhinder vaak de eerste zorg. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de Wet Geurhinder en Veehouderij. Voor de dieren in combinatie met een specifiek stalsysteem gelden geuremissiefactoren, uitgedrukt in odourunits per m3. Zo kan de geuremissie van de veehouderij worden vastgesteld. Vervolgens moet worden bekeken waar stankgevoelige objecten in de omgeving van het bedrijf liggen. De wet bepaalt het maximale geurbelastingsniveau. Dit wordt berekend middels een computerverspreidingsmodel. Indien uit de berekening volgt dat aan de minimale afstandseisen wordt voldaan, dan staat geurhinder niet aan vergunningverlening in de weg.

Voor mestuitrijden gelden geen normen in de milieuvergunning
Voor mestopslag gelden afzonderlijke, vaste afstandseisen.

Klik hier voor beleidkaders voor de beoordeling van geur vanwege veehouderij

Geluidhinder

In het akoestisch rapport -indien aanwezig- wordt een overzicht gegeven van alle akoestisch relevante bedrijfsactiviteiten binnen de grenzen van de inrichting. Met name de mest-, voer-, en diertransporten zijn bekende geluidbronnen. Daarnaast veroorzaakt de mechanische ventilatie ook een aanzienlijke geluidbelasting. Hierbij geldt net als bij stank: naarmate het bedrijf dichterbij een woning is gelegen, bestaat een grotere kans dat er met overlast rekening moet worden gehouden.

Cruciaal is het geluidbeschermingsniveau dat het bevoegde gezag in de vergunningvoorwaarden toestaat. Naarmate er meer geluidruimte wordt toegestaan door de geluidvoorschriften, is het natuurlijk makkelijker voor de ondernemer om aan de normen te voldoen. Keerzijde is natuurlijk dat de omgeving een lager beschermingsniveau geniet.

Klik hier voor het beleidskader voor beoordeling van geluid.

Fijnstof

Inmiddels blijkt te moeten worden aangenomen dat de intensieve veehouderij een fors aandeel heeft in de fijnstofemissies. Met name pluimvee veroorzaakt hoge emissies. Van fijnstof is bekend dat het een gevaar is voor de gezondheid. Ook hiervoor zijn emissiefactoren en verspreidingsmodellen beschikbaar, om te berekenen of aan de gestelde normen wordt voldaan.

Klik hier voor het beleidskader voor beoordeling van fijnstof en veehouderij

Ammoniak

Als laatste, maar zeker niet als onbelangrijkste als het om beleidsregels gaat, worden de ammoniakemissies genoemd. De veehouderij veroorzaakt in nagenoeg heel Nederland uitzonderlijk hoge ammoniakneerslag op kwetsbare natuurgebieden. Hierdoor worden veel plantengemeenschappen in hun voortbestaan bedreigd. Indien in de directe omgeving (tot maximaal 3000 meter) een gebied is gelegen dat bescherming geniet krachtens de Wet Ammoniak en Veehouderij en/of onder de Habitat- of Vogelrichtlijn valt, dan moet de ammoniakuitstoot worden beperkt of zelfs voorkomen. De ammoniakwetgeving kan er ook toe leiden dat een aangevraagde vergunning moet worden geweigerd.

Klik hier voor beleidskaders inzake ammoniak
Klik hier voor een overzicht van de beschermde gebieden krachtens de Natura 2000
Klik hier voor een overzicht van de optredende achtergrondwaarden stikstofdeposities, de website van het Natuur en Milieuplanbureau

Overzichten van de WAV-gebieden zijn opvraagbaar bij de provincie

Natuurbeschermingswet 1998

Indien de veehouderij op minder dan 3000 meter afstand van een Natura2000 gebied ligt dan kan, naast de vergunningplicht op grond van de Wabo, een vergunningplicht gelden op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. Ook kan het zo zijn dat de toetsing op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 gekoppeld wordt aan de omgevingsvergunning. In dat geval moet het bevoegd gezag voor de Natuurbeschermingswet 1998 (de provincie waarin het/de betreffende natuurgebied(en) liggen) een 'verklaring van geen bedenkingen' afgeven voordat de omgevingsvergunning verleend kan worden. Meestal gaat het bij de invloed van veehouderijen op natuurgebieden met name om ammoniak/stikstof deposities.

Klik hier voor een overzicht van de beschermde gebieden krachtens de Natura 2000.

Lees meer over de Natuurbeschermingswet 1998.

Flora- en faunawet

Soms heeft de oprichting of verandering van een megastal ook invloed op beschermde soorten op grond van de flora- en faunawet. Denk bijvoorbeeld aan bouw- of sloopwerkzaamheden die in het broedseizoen plaatsvinden waardoor vogels verstoord worden. In dat geval geldt net als voor beschermde natuurgebieden, dat vantevoren een aparte vergunning moet worden aangevraagd op grond van de Flora- en faunawet, of dat er een verklaring van geen bedenkingen moet worden afgegeven door het bevoegd gezag op grond van de Flora-, en faunawet.

Lees meer over de Flora- en faunawet.

Lokaal milieubeleid

Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, is de milieuvergunningprocedure vaak een veel omvattende procedure. Kleinere gemeenten zijn dikwijls niet goed in staat om deze procedures goed te doorlopen, vooral niet indien het om grote bedrijven gaat. Grote bedrijven beschikken over goede adviseurs. Ambtenaren zijn hier niet altijd tegen opgewassen.

Lokale overheden kunnen in sommige gevallen voor hun eigen grondgebied milieubeleid ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld voor geurhinder (stanknota) en geluidhinder (geluidnota). Dit beleid kan strenger of minder streng zijn dan het landelijke beleid. Vaak betekent dit een versoepeling van de normstelling voor een bepaald buitengebied, zoals bijvoorbeeld de Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG’s). Hiermee wordt bereikt dat het bevoegd gezag bedrijvenruimere milieunormen kan voorschrijvendan buiten de LOG's. Het zal duidelijk zijn dat de keerzijde hiervan een verslechtering van het leefklimaat betekent in de LOG's.

Op besluitvorming voor het ontwikkelen van lokaal milieubeleid is doorgaans inspraak mogelijk. Maak hiervan gebruik. Niet inspreken betekent instemmen met het beleid. Bovendien beperkt het de mogelijkheden om voor je belangen in de vergunningprocedure op te komen.

Opmerkingen

Wil je reageren? Meld je aan!