U bent hier: Home / Toolbox / Doen / Juridische informatie en procederen / Handboek behoud het landschap / Hoofdstuk 3 Politieke besluitvorming: effectieve beleidsbeïnvloeding in acht stappen

Hoofdstuk 3 Politieke besluitvorming: effectieve beleidsbeïnvloeding in acht stappen

In dit hoofdstuk wordt uit de doeken gedaan hoe de besluitvorming op politiek niveau loopt en hoe je die kunt beïnvloeden. Bijvoorbeeld door middel van lobby of inspraak.

Inleiding
Wet ruimtelijke ordening
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Van idee tot politiek principebesluit: beïnvloeding eerste deel besluitvormingstraject
      Inleiding
      Uitzetten strategie
      Stap 1.Strategie: analyseren van het realisatietraject van het omstreden bouwproject
      Stap 2. Strategie: bepaal het krachtenveld
      Stap 3 Strategie: zet alle argumenten op een rijtje
      Stap 4 Strategie: beïnvloed politici
      Politiek principebesluit
      Voorbeeld Structuurvisie
      Voorkeursrecht
Van inspreken tot het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad of Provincie: beïnvloeding tweede deel besluitvormingstraject
      Inleiding
      Stap 5. Strategie: spreek in bij voorbereidingen bestemmingsplan
      Stap 6. Strategie: geef je zienswijze op ontwerp-bestemmings- of inpassingsplan
      Stap 7. Strategie: belobby de gemeenteraad zo vroeg mogelijk voor vaststelling bestemmingsplan
      Stap 8. Strategie: dien een beroepschrift in bij de Raad van State
      Burgerparticipatie in MIRT projecten
The morning after
      Juridische procedures
      Terugdraaien besluit
      Niet uitvoeren bouwproject
Samenvatting

Inleiding

Dit hoofdstuk gaat over de politieke besluitvorming bij een ongewenst bouwproject en hoe burgers en maatschappelijke organisaties daarop invloed kunnen uitoefenen.

  • Hoe beïnvloed je effectief de meningsvorming van gemeenteraadsleden?
  • Hoe zet je politici onder druk?
  • Welke wegen moet je bewandelen om de formele besluitvorming in gemeenteraad of provincie te beïnvloeden?

In andere hoofdstukken van deze handleiding komen andere specifieke aspecten van invloed uitoefenen aan bod:

  • juridische middelen (hoofdstuk 4),
  • campagnevoeren (hoofdstuk 5) en
  • publiciteitsbeleid (hoofdstuk 6).

Beïnvloeding van de politieke besluitvorming kun je opdelen in twee trajecten. Het eerste traject loopt vanaf het prille begin van een nieuwe bouwplan tot aan het politieke principebesluit door de gemeenteraad.

Het tweede traject loopt vanaf het politieke principebesluit, via de vaststelling van een ontwerpbestemmingsplan, tot aan de definitieve vaststelling door de gemeenteraad. Als het plan waarover een politiek besluit is genomen binnen het bestaande bestemmingsplan past, kan dit gedeelte worden overgeslagen. Er moet dan nog wel een omgevingsvergunning worden verleend. Ook kan soms worden volstaan met een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan. De regels over de omgevingsvergunning staan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Meer informatie over deze procedure en wat je daarbij als burger kunt doen, vind je in hoofdstuk 4.

Wet ruimtelijke ordening

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is geregeld hoe ruimtelijke plannen tot stand komen en wat hun betekenis is. Deze wet beschrijft de taken van de verschillende overheden, de instrumenten die de overheid kan gebruiken en de rechten van burgers, organisaties en bedrijven.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

In de Wabo is de omgevingsvergunning geregeld. De omgevingsvergunning is een verzamelvergunning voor een groot aantal activiteiten waar vroeger aparte vergunningen voor nodig waren. Hieronder vallen bijvoorbeeld het bouwen, activiteiten waar vroeger een milieuvergunning voor nodig was, het slopen van een bouwwerk of het kappen van bomen.

Van idee tot politiek principebesluit: beïnvloeding eerste deel besluitvormingstraject

Inleiding

Voordat een gemeente overgaat tot herziening van het bestemmingsplan, is er heel wat gebeurd. Alles begint met het eerste idee voor een ontwikkeling van een gebied, zoals de bouw van een woonwijk of een zwembad, of de aanleg van een weg. Dat kan op vele plekken en manieren ontstaan. Het kan worden geopperd in een directiekamer, op het sportveld, in de krant, in een geheim overleg. De bedenker kan een projectontwikkelaar zijn, een vereniging van burgers, een raadslid, een burgemeester, een opinieleider. Het kan gaan over de aanleg van een nieuwe woonwijk, de uitbreiding van een bedrijventerrein, het verplaatsen van een sportveld.

Voordat zo’n idee ter besluitvorming in de gemeenteraad komt, legt het een lange weg af. De initiatiefnemer (bedenker) zal zijn idee verder uitwerken. Daarvoor zal hij laten rekenen en tekenen, tot er een concreter plan op tafel ligt. De initiatiefnemer zal ook steun proberen te verwerven voor zijn plan. Steun bij de politiek, bij de burgers, bij maatschappelijke organisaties. Daartoe heeft hij talloze mogelijkheden ter beschikking: publiciteit zoeken, opinieleiders voor zich winnen, excursies organiseren, presentaties houden, lobbyen bij de politiek (wethouders, raadsleden individueel of per fractie), bureaus en gezaghebbende personen zijn idee laten onderbouwen met rapporten.

H3politici.jpg

Leden van de actiegroep Redt de Kaloot! in gesprek met voormalig Tweede Kamerlid Jan Geluk (VVD), juni 2004.
Foto: Pepijn Provoost

Uitzetten strategie

Een lokale groep die iets hoort of leest over een bouwplan, moet allereerst informatie verzamelen om er een gefundeerd standpunt over te kunnen innemen. Zoek die informatie. Wat let je om de initiatiefnemer daar zelf om te vragen? Of de betrokken ambtenaren. Als het nodig is, kun je je bij de gemeente of provincie beroepen op de Wet openbaarheid van bestuur, dat is een krachtig middel. Je mening erover vormen doe je door daarover te praten met je eigen mensen (je groep).

Je kunt daarvoor natuurlijk ook de mening van anderen over het plan vragen: je buurvrouw, je collega, betrokkenen op locatie (boeren, burgers), belangenorganisaties (natuurvereniging, cultuurhistorische club, woningbouwvereniging, politieke partijen).

Als de groep concludeert dat het idee een ongevaarlijke luchtballon of een irreëel gedachtespinsel is, kun je besluiten er niets aan te doen: je kunt tijd en energie beter aan andere dingen besteden. Als de groep concludeert dat het idee serieuze aandacht verdient, moet ze bedenken wat ze er tegen moet ondernemen: een strategie uitzetten.

Om een effectieve strategie uit te stippelen hebben wij een stappenplan bedacht. Hieronder volgen de eerste stappen die je moet zetten voordat het politiek principebesluit voor een bouwproject wordt genomen. Deze stappen volgen elkaar niet noodzakelijkerwijs op, maar zullen in de praktijk door elkaar lopen.

Stap 1.Strategie: analyseren van het realisatietraject van het omstreden bouwproject

Zet eerst op een rijtje wat ervoor nodig is om het idee voor een bouwproject om te zetten in werkelijkheid. Daarbij komen aspecten aan de orde als: verwerven van voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak, project financieel rond krijgen, alle (juridische) procedures doorlopen, zorgen dat het project wordt uitgevoerd. Inzicht in dit realisatietraject maakt duidelijk op wie de initiatiefnemer zich richt of zal richten en op wie jij je nu en later moet richten. Het draagt bij aan de focus van je activiteiten.

Naast het verkrijgen van planologische en juridische toestemming moet de initiatiefnemer het project kunnen uitvoeren. Geld is daarvoor onontbeerlijk. Kan hij dat met eigen geld of heeft hij financiële bijdragen nodig van andere private partijen en/of overheden? Voor de gemeenteraad zijn de financiële haalbaarheid van een plan én de financiële risico’s voor de gemeente belangrijke overwegingen.

Voorbeeld analyse realisatietraject
Een grote ondernemer zegt in de krant dat hij en zijn collega-ondernemers vinden dat het bedrijventerrein moet worden uitgebreid, omdat zij anders gedwongen zijn te vertrekken naar een andere gemeente.

Voordat uitbreiding van het bedrijventerrein een feit is, moet de gemeenteraad vaak het bestemmingsplan wijzigen. De gemeenteraad stemt pas in als de argumentatie van de ondernemer overtuigend is (aangetoond) en als het bestemmingsplan aan de wettelijke eisen voldoet. Voor een dergelijke onderbouwing worden vaak onderzoeksrapporten - en tegenrapporten - gebruikt. Kortom, welke argumenten voor en tegen het project spelen een rol bij politici en burgers?

Soms splitst de gemeenteraad haar besluitvorming op in
1) een politiek principebesluit - bijvoorbeeld een structuurvisie of een Masterplan- en
2) het juridisch bindende besluit - het bestemmingsplan.

De gemeenteraad zal rekening houden met de publieke opinie. Wat vinden de burgers in het algemeen, de omwonenden, de belangenorganisaties (de ene partij luistert meer naar natuurliefhebbers, de ander meer naar boeren, en weer een ander luistert helemaal niet). En wat vinden hun eigen kiezers/achterban ervan?

De gemeenteraad zal ook rekening houden met procedurele zaken die geregeld moeten worden, voordat een plan kan worden uitgevoerd. Heel belangrijk zijn de planologische procedures. Moet het (gemeentelijke) bestemmingsplan worden gewijzigd, of eventueel zelfs de (gemeentelijke of provinciale) structuurvisie? Laat (Europese) milieu- en natuurwetgeving het plan toe? Wat moet daarvoor gebeuren? Zijn er provinciale of rijks-inpassingsplannen of aanwijzingen die in het plan terug moeten komen?

Stap 2. Strategie: bepaal het krachtenveld

Het is nuttig op een rijtje te zetten wie voor en tegen het idee/bouwplan zijn en wie nog geen mening hebben. In deze krachtenveldanalyse kunnen bevolkings-categorieën, beroepsgroepen, belangengroepen, politieke partijen en individuen een plek krijgen. Zo’n analyse geeft inzicht in de (potentiële) kracht van de initiatiefnemer en van je eigen groep, in wie je (potentiële) bondgenoten zijn. Met hen kun je contact opnemen en samenwerken om het omstreden project tegen te houden.

Een krachtenveldanalyse geeft je inzicht in de kans van slagen om het omstreden idee/bouwplan van tafel te krijgen en verheldert welk soort argumenten en activiteiten je in de strijd moet gooien bij verschillende doelgroepen om ze mee te krijgen of te bestrijden.

Voorbeeld krachtenveldanalyse

De wethouder die nieuwe huizen wil bouwen op een naburig weiland, heeft al de steun van een aantal partijen in de gemeenteraad. Plus die van een prominente jongerenorganisatie, want het gaat om starterswoningen voor dorpsbewoners. Ook de woningbouwvereniging is voor.

Tegen is een lokale natuurvereniging die zegt dat in het weiland veel weidevogels zitten. De vijf boeren om wiens grond het gaat zijn verdeeld; hun belangenorganisatie LTO heeft nog geen standpunt. Twee oudere boeren zijn niet tegen en willen best hun grond verkopen: dat is een mooi pensioen. Drie jongere boeren willen het liefst daar blijven boeren, maar ze zijn ook realistisch en staan open voor reële aanbiedingen.

Belangrijke spelers in het dorp (nagaan wie dat zijn!) hebben hun mening nog niet uitgesproken: enkele politieke partijen (in gemeente en provincie), de gezaghebbende columnist van het huis-aan-huisblad, de oudheidkundige vereniging (in het weiland liggen oude bebouwingsresten), de bewoners die nu uitkijken op de weilanden, de lokale IVN-afdeling.

Stap 3 Strategie: zet alle argumenten op een rijtje

Zet de argumenten voor en tegen het project op een rijtje. Wat zijn de argumenten van de initiatiefnemer en zijn bondgenoten? Wat zijn jouw argumenten daartegen? Hoe kun je je argumenten onderbouwen met redeneringen en feitenmateriaal?

Per doelgroep kleed je je argumenten anders in en verander je wellicht de volgorde van de argumenten. Je moet in je manier van argumenteren immers proberen aan te sluiten bij zaken die voor de doelgroep (bijvoorbeeld burgers, winkeliers, politici) belangrijk zijn, aansluiten bij hún denk- en belevingswereld. Dat is niet opportunistisch, maar doelgericht. Niet je argumenten veranderen, maar de wijze waarop je ze presenteert.

Er zijn verschillende soorten argumenten. Inzicht in soorten argumenten die jij en anderen gebruiken kan helpen bij het versterken van je eigen argumentatie en het bekritiseren van je tegenstander. We geven hierbij twee onderverdelingen die je kunnen helpen je argumentatie te vervolmaken.

Je kunt een onderscheid maken tussen argumenten die een beroep doen op iemands verstand en op iemands gevoel. ‘De cijfers van de door de gemeente gehanteerde bevolkingsprognose zijn te hoog’, is een argument uit de eerste categorie. ‘Dat willen we toch niet, dat ons mooie buitengebied wordt verkwanseld aan een projectontwikkelaar?’, is een voorbeeld van de tweede. Beide argumenten hebben hun waarde. Maar bedenk dat de dosering ervan verschilt per situatie en per doelgroep. Zonder emotie, zonder appèl op diepere waarden, bereik je weinig, noch bij medeburgers noch bij politici. Maar zonder zakelijke argumenten bereik je ook niets, want de (vermeende) feiten spelen een belangrijke rol in de politieke besluitvorming.

Voorbeeld verschillende argumenten

Als je een weiland wilt behoeden voor verstedelijking, zul je bij een boer je verhaal beginnen met het belang van die grond voor zijn bedrijf, bij een lokale IVN’er over grutto’s en tureluurs en bij een willekeurige dorpeling over de fiets- en wandelmogelijkheden buiten het dorp.

Een tweede onderverdeling van soorten argumenten is het onderscheid tussen de niveaus waarop de argumenten betrekking kunnen hebben. We onderscheiden de volgende niveaus en lichten die toe aan de hand van een voorbeeld: juistheid van de probleemdefinitie, doeltreffendheid van de oplossing, uitvoerbaarheid van de oplossing, afweging van de voor- en nadelen.

Voorbeeld niveaus waar argumenten betrekking op hebben

De gemeente wil een rondweg aanleggen om de fileproblemen in het centrum van de stad te bestrijden.

  1. Probleemdefinitie
    Wellicht ben je in staat het door de gemeente benoemde probleem anders te definiëren of duidelijk te maken dat het probleem veel minder groot is dan de gemeente doet voorkomen. Die andere probleemdefinitie maakt het misschien mogelijk andere maatregelen voor te stellen om het probleem op te lossen. Is er echt sprake van een urgent fileprobleem? Misschien gaat het slechts om een halfuur in de ochtend- en de avondspits, en slechts om een paar honderd auto’s. Of is er geen urgent fileprobleem maar een leefbaarheidprobleem in de binnenstad: stank, herrie, gevaarlijke situaties door de auto’s die er doorheen rijden?Doeltreffendheid oplossing
  2. Hierbij gaat het erom na te gaan of de voorgestelde oplossing een doeltreffende manier is om de oorzaak van het probleem te bestrijden. Worden de spitsfiles beëindigd met een rondweg? Dat hangt er onder andere vanaf of de auto’s die door de binnenstad rijden doorgaand verkeer of bestemmingsverkeer zijn.
    Als de automobilisten echt in de stad moeten zijn, helpt een rondweg niet.s het voornamelijk om doorgaand verkeer gaat, eventueel wel. Als je vindt dat het probleem niet de spitsfiles zijn maar de leefbaarheid van de binnenstad, kun je je afvragen of de aanleg van een rondweg de overlast van het autoverkeer in de binnenstad adequaat terugdringt. Zijn er doeltreffender maatregelen te bedenken, zoals eenrichtingsverkeer, maximum snelheid e.d.?
  3. Uitvoerbaarheid oplossing
    Wie gaat de rondweg betalen? De gemeente zelf is armlastig en de provincie heeft andere financiële prioriteiten. Misschien is het plan financieel helemaal niet uitvoerbaar, is het verhaal over die rondweg publicitaire luchtfietserij van de wethouder. Misschien is het plan niet uitvoerbaar omdat de rondweg gepland is door een gebied met bijzondere natuurwaarden, bijvoorbeeld omdat het een leefgebied van de boomkikker is. Als jij overtuigend kunt aantonen dat de rondweg het leefgebied van de boomkikker zal aantasten, zit je goed.
    Sommige partijen zullen – net als jij – dat fileprobleem minder urgent vinden en minder snel denken aan de aanleg van nieuw asfalt. Andere partijen denken daar anders over, die zul je dan ook moeilijk meekrijgen met argumenten van categorie 1. Maar die andere partijen zijn misschien wél gevoelig voor argumenten die de doeltreffendheid van de voorgestelde oplossing ter discussie stellen (categorie 2), en nog meer voor argumenten die zeggen dat de voorgestelde oplossing onuitvoerbaar is (categorie 3). Argumenten die de uitvoerbaarheid van het project aan de orde stellen, zijn wellicht het minst politiek en ideologisch beladen, en daarmee het effectiefst om politici die inhoudelijk ver van je afstaan te overtuigen of aan het twijfelen te brengen.
  4. Afweging voor- en nadelen
    Stel, de rondweg is een doeltreffende oplossing voor de spitsfiles in de stad en er is geld om hem aan te leggen, welke nadelen heeft deze oplossing? Bijvoorbeeld dat hij door een uniek natuurgebied gaat, extra autoverkeer zal aantrekken, een diep verdeelde bevolking (voor- en tegenstanders) tot gevolg heeft, dat het financiële risico voor de gemeente erg groot is, etc. Misschien kun je de gemeenteraadsleden duidelijk maken dat die rondweg niet moet worden aangelegd, ondanks het feit dat hij een uitvoerbare oplossing is voor reële problemen, omdat het voordeel niet opweegt tegen de nadelen.

Stap 4 Strategie: beïnvloed politici

Bedenk wat je gaat ondernemen om het idee/bouwplan te bestrijden. Daarvoor verwijzen we je ook naar de hoofdstukken over campagnevoeren en pers-en-publiciteit In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag hoe je in een vroeg stadium de politiek kunt beïnvloeden.

  • Leg contacten met relevante politici. Dat kunnen de woordvoerders van de diverse gemeenteraadsfracties voor het betreffende onderwerp zijn. Bijvoorbeeld de woordvoerders ruimtelijke ordening, die uiteindelijk het bestemmingsplan moeten wijzigen. Of juist de woordvoerders die meer inhoudelijk te maken hebben met het project: woordvoerders economische zaken als het om een bedrijventerrein gaat, of woordvoerders verkeer als het om een rondweg gaat. Sowieso is het vaak nuttig om woordvoerders natuur en landschap of landbouw te informeren, omdat het in bijna alle gevallen gaat om verstedelijking van de open groene ruimte.
  • Ga na of de gemeente interesse heeft in burgerparticipatie bij de planvorming. Dat is 'in', en door burgers vroegtijdig bij de planvorming te betrekken, is de kans op lastige juridische gevechten na de besluitvorming kleiner. Dat scheelt dus tijd en het levert draagvlak op, als het goed gebeurt. Er is recent een Code maatschappelijke participatie vastgesteld door de minister van I & M, waarin een handleiding is opgenomen voor zo'n procedure.
  • Informeer de politici over jouw standpunt. Houd het eenvoudig en concentreer je in je argumentatie op de hoofdlijnen (want er is nog geen sprake van gedetailleerde besluitvorming). In de beperking toont zich de meester: drie tegenargumenten zijn meer waard dan tien tegenargumenten (die kan niemand onthouden). En als je je standpunt op papier zet: liever in twee pagina’s dan in tien. Als je in twee pagina’s je standpunt niet kernachtig onder woorden kunt brengen, lukt je dat in tien pagina’s ook niet.
  • Onderbouw je argumenten met feiten. Twee soorten feiten kunnen buitengewoon behulpzaam zijn om politici te overtuigen.
    1) Een rapport of contra-expertise van een gezaghebbend bureau dat de veronderstellingen onderuit haalt die aan het project ten grondslag liggen.
    2) Een alternatief schetsen voor het (vermeende) probleem van de gemeente is een verleidelijke strategie. Je bent dan namelijk niet alleen tegen iets, maar ook voor iets; je denkt mee met de gemeente.
  • Contacten met politici zijn géén eenrichtingsverkeer. Je wilt hen informeren over jouw standpunt. Maar gebruik die contacten ook om zelf meer informatie te vergaren over actuele politieke ontwikkelingen, standpunten en argumenten die ertoe doen.
  • Investeren in persoonlijk contact is nuttig. Mensen persoonlijk leren kennen en hen dan informeren (live, telefonisch) is prettiger (er is interactie mogelijk) dan eenzijdig via brieven en e-mail.
  • Doseer je contacten met politici. Ga ervan uit dat politici mensen zijn die het, net als andere mensen, niet prettig vinden om bestookt te worden met tientallen telefoontjes, e-mails en brieven.
  • Leg contacten met politici van álle politieke partijen. Er is niets op tegen om te beginnen met partijen van wie je weet/denkt dat ze het met je eens zijn, maar sla de andere partijen niet over. Ook daar zitten mensen die gevoelig zijn voor je argumenten. Bovendien doe je in contacten met niet-verwante partijen veel informatie op over wat hen beweegt, welke argumenten voor hen zwaar tellen – en daar kun je dan weer op inspelen. Vergeet overigens ook niet goede contacten te onderhouden met de partijen die het met je eens zijn: ook zij moeten af en toe actuele informatie van jou ontvangen en ook van hen kun je informatie krijgen over actuele politieke ontwikkelingen.
  • Een aardige manier om politici te informeren is door hen rond te leiden op en rond het bedreigde gebied. Wijs hen ter plekke op de ecologische en landschappelijke waarden, het belang van landbouw, van recreatie of wat dan ook. Echt groen is altijd overtuigender dan groen op papier.

Politiek principebesluit

Als het idee voor een bouwplan wortel heeft geschoten en de initiatiefnemer de steun van het college van burgemeester en wethouders heeft verworven, kan het gemeentebestuur dat op twee manieren uitwerken. Meestal is er een wijziging van het bestemmingplan nodig om het bouwplan mogelijk te maken. In een aantal gevallen neemt de gemeenteraad eerst een politiek principebesluit om het bouwplan te gaan realiseren, voordat de feitelijke procedure van de bestemmingsplanherziening begint. Dat is vaak het geval bij grotere en/of omstreden projecten. Dat politieke principebesluit kan allerlei vormen aannemen. Als het gebaseerd is op de Wro heet zo'n besluit een structuurvisie. Maar er zijn ook andere vormen mogelijk, bijvoorbeeld een Masterplan, een Meerjarenprogramma of een Toekomstvisie.

Niet alleen de gemeente, maar ook rijk en provincie stellen een structuurvisie vast. Deze heeft indirect invloed op de plannen van de gemeente.

Er is meestal wel inspraak mogelijk op een structuurvisie, maar geen beroep bij de rechter. Het is dan ook heel belangrijk om gebruik te maken van de inspraakmogelijkheden. Onderschat niet het belang van een dergelijk principebesluit. Als de gemeenteraad zo’n toekomstvisie vaststelt, met daarin verwoord de plannen voor het idee/bouwplan waarover je je druk maakt, betekent dat dat de gemeenteraad zich uitspreekt over wenselijkheid van het bouwplan. De bestemmingsplanherziening die daarna nog moet volgen om het bouwplan juridisch mogelijk te maken, is te beschouwen als een technische uitwerking van het genomen inhoudelijke besluit.

Natuurlijk kunnen gemeenteraadsfracties bij de vaststelling van het bestemmingsplan terugkomen op hun eerdere instemming met het omstreden bouwplan, maar dat doen ze niet gauw: voorstanders zouden hen onbetrouwbaarheid en opportunistisch gedraai kunnen verwijten, en dat betekent gezichtsverlies. Voortschrijdend inzicht en nieuwe feiten zijn voor gemeenteraadsfracties de bruikbaarste argumenten om op een eerder ingenomen standpunt terug te komen. Daar kun je bij je lobby rond de vaststelling van de bestemmingsplanherziening op inspelen.

Voorbeeld Structuurvisie

De gemeenteraad stelt een structuurvisie tot 2020 vast. Daarin legt de raad vast hoe hij wil dat de gemeente er in 2020 uitziet. Daarin staat bijvoorbeeld dat de woningvoorraad moet worden uitgebreid met 1200 woningen. Het grootste deel van deze woningen moet binnen de bestaande woonkernen worden gebouwd, maar weiland X aan de rand van de gemeente moet plek bieden aan zo’n 400 woningen die niet binnen de bestaande stad gebouwd kunnen worden. Na de vaststelling van de structuurvisie zal het college van burgemeester en wethouders op een bepaald moment een procedure beginnen om het bestemmingsplan te herzien, om de bestemming van weiland X te veranderen van ‘agrarisch’ in ‘woningbouw’. Want alleen met een goedgekeurd bestemmingsplan kan er worden gebouwd.

Een Toekomstvisie of een Meerjarenprogramma, die niet is gebaseerd op de Wro, heeft geen juridische status, alleen een politieke. De gemeenteraad kan haar toekomstvisie ook neerleggen in een structuurvisie, zoals omschreven in de Wro. Een structuurvisie heeft wél een juridische status en is van belang voor het continueren of vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht.

Voorkeursrecht

Vooruitlopend op definitieve besluiten over bouwplannen (vaststelling bestemmingsplan) kan de gemeenteraad de gronden waarover het gaat voorzien van een soort gemeentelijke bescherming tegen ongewenste ontwikkelingen. Dat doet ze door op die gronden het zogenaamde voorkeursrecht te vestigen. Dat betekent dat eigenaren van grond waarop het gemeentelijk voorkeursrecht is gevestigd deze grond bij verkoop éérst moeten aanbieden aan de gemeente. Met het voorkeursrecht kan een gemeente voorkómen dat grond waarvoor zij bepaalde bouwplannen heeft in handen komt van derden (speculanten, projectontwikkelaars, actievoerders). Zo kan de gemeente prijsopdrijving van de grond en tegenwerking en ongewenste invloed van nieuwe eigenaren voorkomen. Gemeenten hebben de plicht om binnen twee jaar nadat zij het voorkeursrecht hebben gevestigd, hun bouwplannen serieus uit te werken in minimaal een ontwerpstructuurvisie of een ontwerp-bestemmingsplan. Leggen zij zo’n ontwerpplan niet tijdig ter inzage, dan vervalt hun voorkeursrecht.

Gemeenten mogen het voorkeursrecht vestigen op gronden waarvoor goedgekeurde bestemmingsplannen of structuurvisies gelden. In die plannen is dus vastgelegd dat op die gronden gebouwd kan worden.

Van inspreken tot het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad of Provincie: beïnvloeding tweede deel besluitvormingstraject

Inleiding

Bestemmingsplannen zijn het hart van de ruimtelijke ordening in Nederland. In een bestemmingsplan legt de gemeente vast wat de bestemming, het gebruiksdoel van (een gedeelte van) de gemeentegrond is, bijvoorbeeld recreatie, kantoren, wonen, weg, natuurgebied. Een nieuw bouwplan kan pas worden gerealiseerd als het past of mogelijk is gemaakt in een bestemmingsplan. Er kan afgeweken worden van het bestemmingsplan door middel van een omgevingsvergunning voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan (ook wel een projectbesluit genoemd). Burgers kunnen naar de Raad van State (een bijzondere rechter) gaan om beroep aan te tekenen tegen bestemmingsplannen. Maar voor het zover is, moet de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststellen.

De procedure van het herzien en vaststellen van een bestemmingsplan duurt een aantal maanden. In de loop van die procedure zijn er diverse momenten waarop burgers en maatschappelijke organisaties hun reactie kenbaar kunnen maken. Hieronder beschrijven we de strategie bij de verschillende stappen in de procedure. Deze is geregeld in Hoofdstuk 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening en Hoofdstuk 3 van het Besluit ruimtelijke ordening (zie www.overheid.nl/wetten).

Een gemeente kan ervoor kiezen om inspraakmogelijkheden te creëren bij het bekendmaken van een voor-ontwerp-bestemmingsplan (publieksparticipatie), maar dat is niet wettelijk voorgeschreven.

Iedereen kan vervolgens zienswijzen indienen bij de gemeente als het ontwerp-plan bekend is gemaakt. Maar tegen het definitieve bestemmingsplan kunnen alleen belanghebbenden beroep instellen bij de Raad van State. Verder moet je zienswijzen hebben ingediend om in beroep te kunnen gaan.

Voor de geldigheid van een bestemmingsplan is geen goedkeuring vereist van de provincie (onder de oude WRO was dat wél het geval). De provincie en het rijk kunnen net als burgers zienswijzen indienen en beroep instellen tegen het plan. Zij kunnen echter ook een inhoudelijke aanwijzing geven over het plan dat in procedure is.


Stap 5. Strategie: spreek in bij voorbereidingen bestemmingsplan

De gemeenteraad kan (hoeft niet) expliciet besluiten dat zij voor een bepaald gebied een bestemmingsplan of een herziening gaat voorbereiden. Zo’n ‘voorbereidingsbesluit’ maakt het de gemeente mogelijk om in dat gebied ongewenste ontwikkelingen tegen te houden. Ze kan bijvoorbeeld bouwaanvragen aanhouden. Belanghebbenden kunnen in bezwaar en beroep gaan tegen een voorbereidingsbesluit. Veel zin heeft dat meestal niet, omdat er in het voorbereidingsbesluit meestal nog niets concreets staat over de toekomstige bestemming.

Onder leiding van de wethouder Ruimtelijke Ordening gaan gemeenteambtenaren, vaak bijgestaan door ingehuurde deskundigen van buiten, aan het werk om het bestemmingsplan op te stellen. Uiteindelijk stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast, maar de voorbereiding valt onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders.

Het is zinvol om je op de hoogte te stellen van de afspraken die de gemeenteraad en het college van B&W met elkaar hebben gemaakt over de wijze waarop de raad op de hoogte wordt gehouden van de vorderingen en wordt betrokken bij de opstelling van het bestemmingsplan. Informatie aan de gemeenteraad en besprekingen in de raadscommissie zijn openbaar en dus informatief voor jou en je groep.

Het is aan de gemeente om al in een vroeg stadium discussie met de bevolking aan te gaan over haar plannen, los van de wettelijke verplichte inspraakmogelijkheden (zie onder). Gemeenten zijn in ieder geval verplicht over het toekomstige bestemmingsplan te overleggen met andere relevante besturen, zoals waterschappen, naburige gemeenten van wie belangen in het geding zijn, rijksdiensten en de provincie. Bij dit overleg mag de gemeente ook het gemeentelijke ‘milieucentrum’ of milieuorganisaties betrekken, maar dat is niet verplicht.

Sommige gemeenten werken met klankbordgroepen, waarin allerlei vertegenwoordigers uit de gemeente zitten. Bied je aan om daarin mee te denken.


Stap 6. Strategie: geef je zienswijze op ontwerp-bestemmings- of inpassingsplan

Inleiding
Waar in de onderstaande tekst 'bestemmingsplan' staat, kun je ook 'inpassingsplan' lezen. In een inpassingsplan kan het rijk of de provincie een gebied in Nederland een bepaalde bestemming geven, zoals de gemeente dat in een bestemmingsplan doet. Het rijk stelt een inpassingsplan vast om activiteiten mogelijk te maken die in het belang van heel Nederland zijn. Bijvoorbeeld de aanleg van een spoorweg of defensieterrein. Ook de provincie kan een inpassingsplan opstellen voor activiteiten waar zij verantwoordelijk voor is.

Het college van burgemeester en wethouders stelt een ontwerp-bestemmingsplan vast, als voldoende informatie is verzameld om een besluit te nemen. Soms gaat daar nog een voorontwerp aan vooraf, met een extra inspraakronde (participatie, onverplicht).

Het college maakt het ontwerp-bestemmingsplan digitaal bekend en legt het op goed toegankelijke locaties, bijvoorbeeld het gemeentehuis en de openbare bibliotheek. Meestal gedurende zes weken. Op een (ontwerp)bestemmingsplan of inpassingsplan kan iedereen gedurende die periode reageren met een zienswijze. De zienswijze op het (ontwerp-) inpassingsplan van de provincie dien je in bij Gedeputeerde Staten. De zienswijze voor het inpassingsplan van het rijk bij de minister van I & M.

zie voor meer informatie hoofdstuk 4.

Let op:

  1. Iedereen kan zienswijzen indienen als reactie op het ontwerp-bestemmingsplan.
  2. Als je geen zienswijze indient, kun je later ook niet in beroep gaan tegen het definitieve plan! In de zienswijze moet je alle argumenten noemen die je erbij wilt betrekken. Uitwerking van argumenten kan ook in de beroepsfase, maar het inbrengen van nieuwe argumenten niet.


Tips

  • Zorg ervoor dat je een plaats krijg in werk-, klankbord- of participatiegroepen, zodat je in de beginfase kunt meepraten.
  • In de beperking toont zich de meester. Breng je kritiek terug tot enkele goed onderbouwde hoofdpunten. Deel de brief in van belangrijkst naar minst belangrijk argument en maak het stuk overzichtelijk door duidelijke kopjes aan te brengen.
  • Onderbouw je kritiekpunten met zakelijke argumenten. Een beroep op autoriteiten (onderzoekers, prominenten, hogere bestuursorganen) kan je argumenten kracht bij zetten. Het helpt als je kunt aantonen dat de woningbehoefte minder groot is, of dat de natuurwaarden in het plangebied groter zijn dan de gemeente beweert. Ga daarom na wat de uitkomsten zijn van onderzoeken die verplicht uitgevoerd moeten worden bij een bestemmingsplanprocedure. Denk daarbij aan de waterhuishouding, de luchtkwaliteit, het flora- en fauna-onderzoek (zie par. IV.4 en IV.5), het bodemonderzoek en de financiële haalbaarheid van het plan: als die onderzoeken reden tot twijfels geven, gebruik dat dan.
  • Het bieden van een reëel alternatief voor een omstreden bouwproject is sterk. Zo’n constructieve opstelling laat zien dat je meedenkt en een oplossing wil voor het gedefinieerde probleem. Bovendien biedt een alternatief aan beslissers een probleemoplossing die zij zonder (al te veel) gezichtsverlies kunnen overnemen.
  • Maak duidelijk dat je over een groot maatschappelijk draagvlak beschikt. Al die mensen zijn ook kiezers, en politici zijn altijd gevoelig voor de druk van kiezers.
  • Ga na of de uitkomsten van overleg en inspraak goed in het plan zijn verwerkt.
  • Ga na of de gemeente structuurvisies, algemene maatregelen van bestuur, verordeningen, inpassingsplannen en aanwijzingsbesluiten van het rijk of de provincie goed heeft verwerkt in het bestemmingsplan. Dit is erg lastig om zelf te doen. Vraag indien mogelijk de hulp van een jurist of advocaat.
  • Je hebt een pré als je duidelijk kunt maken dat het bestemmingsplan om juridische redenen niet uitvoerbaar is. Bijvoorbeeld als de gemeente aantoonbaar handelt in strijd met de Natuurbeschermingswet, die op het gebied van toepassing is. Of als het bouwplan leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor geluidsbelasting. Als je dergelijke juridische argumenten hebt, noem ze dan direct in je zienswijzen. Later in het traject kun je namelijk geen nieuwe argumenten invoegen.
  • Als het ontwerp-plan in strijd is met beleid of regelgeving van andere overheidsorganen, kunnen je die ook proberen te betrekken in de procedure. Zij kunnen ook zienswijzen en beroep instellen, of een aanwijzing geven over de inhoud van het plan.
  • Controleer of het plan en de voorschriften voldoende duidelijk zijn en rechtszekerheid bieden. Bouwvoorschriften kunnen bijvoorbeeld zo geformuleerd zijn, dat niet vaststaat hoe hoog de gebouwen kunnen worden, of hoe wordt voorkomen dat een weg tot geluidhinder voor omwonenden leidt.
  • Als er voorwaardelijke bepalingen zijn opgenomen in de voorschriften, kijk dan na of vaststaat dat deze voorwaarden ook worden uitgevoerd. Is er een overeenkomst vastgesteld? Is er voldoende geld voor de maatregelen die nodig zijn?
  • Check of de ontheffings- of wijzigingsbevoegdheden in het plan niet te ruim zijn, waardoor het plan te weinig bescherming biedt.
  • Is er een goed aanlegvergunningenstelsel in het plan opgenomen? Dit stelsel maakt het verplicht om voor andere werkzaamheden dan bouw toch een vergunning te vragen. Bijvoorbeeld het aanleggen van een weg. Dat is vooral van belang als het om een kwetsbaar (natuur)gebied gaat.

Voor een voorbeeld van een zienswijze:
Zie www.milieuhulp.nl.


Stap 7. Strategie: belobby de gemeenteraad zo vroeg mogelijk voor vaststelling bestemmingsplan

De gemeenteraad is wettelijk verplicht het bestemmingsplan vast te stellen binnen twaalf weken na de terinzagelegging. Die periode kun je gebruiken om te lobbyen bij de verschillende fracties van de raad, door je zienswijze mondeling toe te lichten. Vaak organiseert de gemeente een hoorzitting voor alle schrijvers van zienswijzen, voordat de gemeenteraad definitief besluit. Maar gebruik vooral ook je eigen contacten met gemeenteraadsfracties en –leden.

Als er zienswijzen zijn binnengekomen is het college van burgemeester en wethouders (B&W) verplicht deze van commentaar te voorzien en aan de indieners duidelijk te maken wat hij ermee doet. De reacties van B&W op de zienswijzen worden vaak gebundeld in een Nota van Beantwoording aan de gemeenteraad. B&W kunnen besluiten om naar aanleiding van de inspraak het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd voor te leggen aan de gemeenteraad. Het gemeentebestuur moet vóór de vaststelling een hoorzitting beleggen. Ook degenen die een schriftelijke zienswijze hebben gegeven, kunnen op deze zitting het woord voeren.

De gemeenteraad spreekt meestal in twee etappes over het ontwerp-bestemmingsplan. Eerst in de raadscommissie Ruimtelijke Ordening, daarna in de gemeenteraad. In de gemeenteraad vindt de definitieve besluitvorming plaats. De gemeenteraad kan het door B&W voorgelegde bestemmingsplan geheel verwerpen, ongewijzigd overnemen of gewijzigd overnemen. Dat laatste doet hij door het aannemen van amendementen. Een amendement is een wijzigingsvoorstel.


Stap 8. Strategie: dien een beroepschrift in bij de Raad van State

Binnen twee weken na vaststelling door de gemeenteraad wordt het bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd in o.a. het gemeentehuis. Het wordt ook via de website van de gemeente en via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal toegankelijk gemaakt. De gemeente moet deze terinzagelegging weer actief bekend maken in de plaatselijke bladen, op de website en in de Staatscourant.

Je kunt in beroep gaan tegen het definitieve bestemmingsplan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Maar dat kan alleen als je:

  1. belanghebbende bent
  2. eerder een zienswijze bij de gemeenteraad hebt ingediend.

Er gelden enkele uitzonderingen op deze regel, zoals wanneer de raad het bestemmingsplan gewijzigd heeft naar aanleiding van zienswijzen.

Burgerparticipatie in MIRT projecten

De rijksoverheid is in zgn. MIRT projecten (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) juist gericht op maatschappelijke participatie. Zo kan ze gebruik maken van kennis die er in de samenleving is, creëert ze meer draagvlak voor plannen en zal de besluitvorming sneller plaats kunnen vinden. Volgens de Code maatschappelijke participatie is de overheid verplicht om actief naar de ideeën uit de samenleving te vragen.

The morning after

De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan met het omstreden bouwproject vastgesteld. Je hebt een belangrijke slag verloren, maar er zijn nog drie mogelijkheden om je invloed uit te oefenen:

  1. Juridische procedures
  2. Terugdraaien besluit
  3. Niet uitvoeren bouwproject


Juridische procedures

Nu de politieke besluitvorming achter de rug is, komen de juridische procedures tegen vergunningen voor concrete projecten ogv het bestemmingsplan in het vizier. Voor wat je op dit terrein allemaal kunt doen, verwijzen we naar Inspraak en rechtspraak in Wro op milieuhulp.nl. en naar het volgende hoofdstuk.


Terugdraaien besluit

De nieuwe Wro geeft iedereen de mogelijkheid om – gemotiveerd ! - te vragen om herziening van een bestemmingsplan. Als de gemeenteraad dat besluit afwijst, kan je daartegen beroep in stellen bij de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State.

De gemeenteraad kan ook zelf het bestemmingsplan (opnieuw) willen herzien en daarmee het omstreden bouwproject onmogelijk maken. Dat ligt niet voor de hand. Misschien dat nieuwe krachtsverhoudingen in de gemeenteraad na verkiezingen dat op den duur mogelijk maken.


Niet uitvoeren bouwproject

Een bestemmingsplan is een noodzakelijke voorwaarde voor de realisatie van een bouwproject, maar het is niet voldoende. De bouwer moet bij de gemeente nog diverse vergunningen krijgen, voordat hij echt kan bouwen, bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor het oprichten van een inrichting (bedrijf), voor slopen, kappen, bouwen of afwijken van het bestemmingsplan. Mogelijk zijn er nog andere vergunningen nodig, zoals een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet of de Waterwet, of een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet. In de toekomst zullen al deze vergunningen onder de Omgevingswet vallen zodat er nog maar één omgevingsvergunning aangevraagd hoeft te worden

Minstens zo belangrijk is dat de bouwer voldoende geld moet hebben om het bouwproject uit te voeren. De financiering van bouwprojecten is in een aantal gevallen nog wel eens een probleem. In sommige gevallen is een financiële bijdrage van overheidsorganen nodig. Al deze zaken kun je uitzoeken om argumenten te vinden om het bouwproject te stoppen.

H4 4rechtszaak.jpg

Samenvatting

De tegenstrategie bij de besluitvorming over een omstreden bouwplan bestaat uit twee fases met ieder vier stappen.

  1. Voorkomen is beter dan genezen: invloed uitoefenen op het eerste deel van de besluitvorming
    Probeer in een zo vroeg mogelijk stadium te voorkomen dat het omstreden bouwplan in het (ontwerp)bestemmingsplan terecht komt. Vandaar het belang al in de fase van ideeënvorming en vóór de formele bestemmingsplanprocedure je stem te laten horen. Een structuurvisie, die vooraf gaat aan een bestemmingsplan, kan in dat opzicht ook heel belangrijk zijn.
    Stap 1 Strategie: analyseer het realisatietraject omstreden bouwproject
    Stap 2 Strategie: bepaal het krachtenveld
    Stap 3 Strategie: zet alle argumenten op een rijtje
    Stap 4 Strategie: beïnvloed politici
  2. Invloed uitoefenen op het tweede deel van de besluitvorming: van inspraak tot het schrijven van een beroepschrift.
    Stap 5 Strategie: spreek in bij voorbereidingen bestemmingsplan en/of structuurvisie
    Stap 6 Strategie: geef je zienswijze op ontwerpbestemmingsplan
    Stap 7 Strategie: lobby bij de gemeenteraad vóór vaststelling bestemmingsplan
    Stap 8 Strategie : dien een beroepschrift in bij de Raad van State

Opmerkingen

Wil je reageren? Meld je aan!